ENSCHEDE - Het aantal bewoners, hulpverleners en passanten dat betrokken was bij de vuurwerkramp in Enschede, en dat klaagt over zijn gezondheid, is afgenomen. Toch ervaart de helft van de getroffen bewoners zijn gezondheid nog als slecht. Dat blijkt uit het tweede gezondheidsonderzoek van het ministerie van VWS.

Het onderzoek is in november en december uitgevoerd onder 2900 mensen. Het eerste gezondheidsonderzoek was in mei en juni 2000, direct na de ramp.

Vooral allochtonen, die de explosie in Enschede op 13 mei 2000 hebben meegemaakt, blijken meer klachten te hebben dan autochtonen. De klachten zijn onder meer lichamelijke pijn, slaapproblemen, psychische klachten en sociale angsten.

Het aantal mensen dat de vragenlijst invulde, was een kwart lager dan in het eerste onderzoek. Ruim 150 mensen deden nu voor de eerste keer mee.

Het onderzoek stond onder verantwoordelijkheid van de Stuurgroep Gezondheidsmonitoring Getroffenen Vuurwerkramp Enschede (GGVE). De stuurgroep adviseert om op kleine schaal extra zorgvoorzieningen in stand te houden, die zich richten op hulp bij lichamelijke klachten en posttraumatische stoornissen.

/DOSSIEREnschede