AMSTERDAM - De duizenden mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwamen in het concentratiekamp Dachau zijn zaterdag kort herdacht tijdens een plechtigheid bij het monument in het Amsterdamse Bos. Overlevenden, vrienden, familie en belangstellenden verzamelden zich rond het middaguur op de gedenkplaats waar burgemeester Cohen kort het woord voerde.

In dit eerste kamp van de nazi's zaten 228.000 mensen gevangen. De meesten van hen overleefden het niet. Het kamp werd al in 1933 ingericht en diende als voorbeeld voor de concentratiekampen die later door de nazi's zijn gebouwd.

Het monument in het Amsterdamse Bos bestaat uit een zestig meter lange haag met aan weerszijden een taxushaag en een gedenksteen waarop de namen staan gegraveerd van 350 plaatsen in Europa waar zich concentratiekampen bevonden.

Amerikaanse soldaten van de 42ste Infanterie Rainbow Division bevrijdden het kamp op 29 april 1945. Volgens Cohen waren het veelal jonge mannen die gehard waren tijdens hun opmars door Europa, maar die hun onschuld voorgoed verloren bij de aanblik van het kamp, de overlevenden, de doden, en de sporen van de gruweldaden die ze nauwelijks konden bevatten.

"Wat zij aantroffen is voor ons, nu, nog steeds niet te bevatten", aldus Cohen. "Hoewel we niet bij machte zijn om na te voelen, zijn we wel in staat om met de slachtoffers mee te voelen."