'Gruwelijke omstandigheden in vluchtelingenkamp Jenin'

GENEVE - In het verwoeste Palestijnse vluchtelingenkamp van Jenin zijn tussen de 150 en tweehonderd mensen om het leven gekomen. Dat blijkt uit een eerste schatting van de VN-hulporganisatie voor de Palestijnse vluchtelingen UNRWA.

Donderdagmorgen hebben medewerkers van de organisatie samen met het Internationale Rode Kruis al 38 lichamen geborgen. De verwoestingen in het vluchtelingenkamp bij Jenin, waar het Israëlische leger heeft huisgehouden, laten 'gruwelijkheden zien die het voorstellingsvermogen te boven gaan'.

"Het is totaal verwoest, het is alsof er een aardbeving is geweest", zei de speciale gezant van de Verenigde Naties, Terje Roed-Larsen, donderdag na een bezoek aan het kamp.

Signalen

Volgens de woordvoerder van de VN-organisatie, de Nederlander R. Aquarone, zijn er bij gevechten in Jenin ongeveer achthonderd onderkomens van vluchtelingen vernield.

"Onze hulpverleners horen nog steeds signalen van mensen die levend onder het puin bedolven zijn", aldus Aquarone. Reddingspogingen worden echter bemoeilijkt omdat Israëlische troepen hulpverleners nog geen vrije toegang tot het gebied geven.

Opsporingsteam

Donderdagochtend zijn de eerste leden van een Zwitsers rampenteam in Jenin aangekomen. De eenheid gaat zich bezighouden met het opsporen van slachtoffers onder het puin en met het onschadelijk maken van niet ontplofte munitie.

Het vluchtelingenkamp van Jenin was afgelopen week het toneel van de hevigste gevechten tussen Israëlische militairen en Palestijnen sinds de tweede Palestijnse intifada achttien maanden geleden begon.

Het vluchtelingenkamp heeft 14.000 inwoners. De UNRWA schat dat van deze mensen nog in het kamp aanwezig zijn. "Ongeveer 4000 mensen zijn gevlucht en verblijven in gebieden rondom de stad Jenin. Van de overige bewoners is op dit moment niet bekend waar ze zijn", zegt de woordvoerder.

Tip de redactie