ARNHEM - Het gerechtshof in Arnhem behandelt precies een jaar na de moord op de Nijmeegse scholiere Maja Bradaric de strafzaak in hoger beroep tegen de drie verdachte jongens. Het hof begint 18 november met de inhoudelijke behandeling van de zaak, aldus een woordvoerster van het ressortparket maandag.

Volgens de rechtbank in Arnhem hebben Goran M. en Ferdi Ö. Maja Bradaric vorig jaar met een touw gewurgd en daarna haar lichaam in de polder bij Bemmel in brand gestoken. De rechtbank veroordeelde Ferdi Ö. tot een celstraf van elf jaar en Goran M. tot acht jaar gevangenisstraf en tbs.

Medepleging

De minderjarige Goran P. is volgens de rechtbank geen medepleger, maar wel medeplichtig omdat hij bij de moord en de lijkverbranding was en niets heeft gedaan om zijn vrienden te stoppen. Hij kreeg een volwassen straf van drie jaar celstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk.

Het Openbaar Ministerie is in alle zaken in hoger beroep gekomen, omdat het de straffen te laag vindt. Ook Ferdi Ö. is tegen zijn veroordeling in beroep gegaan. Hij zegt uit doodsangst voor Goran M. te hebben gehandeld. Zijn raadsman J. Boone kwam heftig in aanvaring met de rechtbank en kondigde toen meteen aan in beroep te gaan. Volgens Boone was de rechtbank "verdachte-vijandig."

Geen motief

Goran M. en Ferdi Ö. konden voor de rechtbank geen motief geven voor hun daad. Het OM eiste twaalf jaar celstraf en tbs tegen Goran M. en vijftien jaar tegen Ferdi Ö. De rechtbank legde M. een lagere straf op, omdat hem wegens een ernstige persoonlijkheidsstoornis nog een zeer lange tbs-periode te wachten staat. Ö. kreeg een lagere straf, omdat hij tot aan de moord op de vwo-scholiere van onbesproken gedrag is geweest. Het OM vindt Goran P. wel degelijk een medepleger en wil daarom ook voor hem een zwaardere straf.

Hartsvriendin

De drie jongens behoorden tot de vriendenkring van Maja Bradaric. Goran M. en Ferdi Ö. ergerden zich aan het brutale gedrag van de scholiere. Zij verzonnen samen allerlei manieren om zich van het meisje te ontdoen. De 15-jarige Nina K., hartsvriendin van het slachtoffer en vriendinnetje van Goran M., wist van de plannen, maar stapte daarmee niet naar de politie. Zij moet daarvoor nog voor de rechtbank verschijnen, maar het is nog niet bekend wanneer dat zal zijn.

Het hof behandelt de beroepszaak tegen de drie jongens 18 oktober pro forma. Op 18 en 19 november wil het inhoudelijk op de zaak ingaan, aldus de woordvoerster.