AMSTERDAM - Welke minister besloot als eerst op te stappen en staat het hele kabinet achter de conclusies van het NIOD-rapport? Dat waren de belangrijkste vragen die woensdagmiddag werden gesteld tijdens het debat in Tweede Kamer over het ontslag van de regering naar aanleiding van het NIOD-rapport.
NIOD-rapport

Tijdens het debat werd vooral over de politieke en procedurele gevolgen van de val van het kabinet gesproken.

PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert begon zijn betoog met de opmerking dat zijn fractie "diep respect heeft voor de persoonlijke stellingname van Kok." Om vervolgens te benadrukken dat de PvdA-fractie het eens is met de handelwijze van het kabinet.

"Heeft het kabinet terecht verantwoordelijkheid genomen voor de hele periode waarin de Nederlandse VN-missie zich afspeelde? Heeft het kabinet terecht onderscheid gemaakt tussen schuld en verantwoordelijkheid? En heeft de regering met het trekken van conclusies terecht gewacht op het verschijnen van het NIOD-rapport? De PvdA-fractie beantwoordt al deze vragen met 'ja'."

Enquete

Daarnaast sprak het PvdA bij monde van Melkert zich voor het eerst onomwonden uit voor een parlementaire enquete over Srebrenica. "Een parlementaire enquete moet zijn werk zo snel mogelijk kunnen aanvangen."

Melkert beeindigde zijn betoog met de opmerking: "Nederland stond en staat aan de goede kant. Het drama in 1995 mag niet betekenen dat we ons in onze schulp terugtrekken."

Moedig

Net als Melkert sprak ook VVD-fractievoorzitter Hans Dijkstal zijn goedkeuring uit over het kabinetsbesluit om op te stappen. "De VVD vindt dat de regering een juist besluit heeft genomen en dat dit getuigt van moedigheid."

Wel verklaarde Dijkstal graag "opheldering" te krijgen over de positie van de ministers Pronk van VROM en De Grave van Defensie en zei hij prijs te stellen op een regeringsstandpunt over het rapport.

Om nu al te beslissen over een parlementaire enquete vond Dijkstal te vroeg. “Laten we eerst nagaan waar de vragen liggen en dan bepalen of een enquete het meest geëigende middel is om die te beantwoorden.”

Chronologie

Jan Peter Balkenende van het CDA zei "respect" te hebben van de beslissing van premier Kok om af te treden. "Maar wij hebben wel behoefte aan meer duidelijkheid over de chronologie van de val van Paars. Wie was het eerste toen er over opstappen werd gesproken?"

“Een man van eer”, zo typeerde Thom de Graaf (D66) premier Kok. En het besluit tot aftreden noemde hij “integer en zuiver.” Verder vroeg De Graaf zich af wat “Nederland verder kan doen om de nabestaanden te helpen” en sprak hij de hoop uit dat het aftreden van het kabinet gezien zal worden als een signaal naar internationale gemeenschap dat ook over goede bedoelingen verantwoording afgelegd wordt.

Paul Rosenmöller van GroenLinks sprak de hoop uit dat er lessen getrokken zullen worden uit de gebeurtenissen. “Dat de stap van het kabinet niet verbonden is aan een element, is juist. Maar het is belangrijk om concreter te worden, zodat er lessen getrokken kunnen worden. De parlementaire enquete zien we als een zinvol instrument.”

SP-fractieleider Jan Marijnissen zei op zijn beurt "het curieus te vinden dat Kok vanaf het eerste begin aanwezig is geweest en toch een NIOD-rapport nodig is om te besluiten tot personele consequenties. Ik ben blij dat een keer dergelijke consequenties zijn verbonden aan falend beleid.”

Reactie Kok

Rond een uur of vier gaf demissionair premier Kok een reactie op de vragen en opmerkingen van de Kamerleden. Hij begon met een opmerking over de gang van zaken rond het aftreden van het kabinet: "Het kon naar mijn stellige overtuiging niet anders dan zo."

Ook ging Kok in reactie op vragen van Kamerleden in op de chronologie van de gebeurtenissen. "We hadden voor de verschijning van het NIOD-rapport in het kabinet afgesproken er in twee ronden over te spreken. Op 12 april was de eerste ronde en hebben we zeer indringend gesproken maar geen besluiten genomen. Dat was ook niet de bedoeling."

"In het daarop volgende weekende ben ik me in toenemende mate gaan afvragen of ik nog wel verder kon. (...)Maandag heb ik in afwachting van het gesprek met Pronk contact gehad met andere kabinetleden, onder meer met minister De Grave. (...)En dan komt de dinsdagochtend. Waarom toch die versnelling naar dinsdag in plaats van vrijdag? Ik begrijp dat ik de schijn tegen me heb. Maar ik verzoek u me te geloven: het afwegingproces in mijn eigen hoofd is op basis van zijn eigen merites gebeurd. En toen ik dinsdag had besloten dat ik deze conclusies moest trekken, kon ik het niet volhouden daar een aantal dagen mee rond te lopen. Dit moest dus echt. Dit was mijn oordeel over mijn functioneren als minister-president."

Pronk

Over de positie van Defensie-minister Frank de Grave en VROM-minister Pronk zei Kok dat beiden het kabinetsstandpunt geheel delen en dus geen bijzondere positie innemen. Wel hechtte De Grave eraan te stellen dat hij van mening was dat hij een "eigen, bijzondere verantwoordelijkheid" heeft.

/DOSSIERVal Paars II