Twee Palestijnse bedrijven hebben gesubsidieerd cement doorverkocht voor de muur die Israël op de Westoever aan het bouwen is. Dat is de uitkomst van een onderzoek door een commissie van het Palestijnse parlement.

Het cement kwam uit Egypte en was bedoeld voor wederopbouwprojecten in de zwaar gehavende Palestijnse gebieden. De twee bedrijven kozen er echter voor snel geld te verdienen ten koste van hun eigen volk, zei commissievoorzitter Hassan Khreishe.

Een van de bedrijven is eigendom van een broer van de Palestijnse minister Jamil Tarifi, die zelf veel wordt genoemd in verband met corruptiezaken. In totaal ging het om 420.000 ton cement, door Egypte met korting geleverd omdat het bestemd was voor de wederopbouw van de Palestijnse gebieden.

"Het doorverkopen aan Israël beschouwen wij als volksverraad", zei Khreishe, die bekendstaat als corruptiebestrijder. Het Palestijnse ministerie van justitie is een eigen onderzoek begonnen.