DEN HAAG - Minister De Grave van Defensie heeft zijn portefeuille vrijdag nadrukkelijk niet ter beschikking gesteld tijdens het overleg van het kabinet over het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) over de val van Srebrenica.

Volgens de bewindsman is er "indringend over het rapport gesproken, maar zijn er geen conclusies getrokken, ook niet door mij".

De Grave legde zijn korte verklaring vrijdag af na afloop van het kabinetsberaad tegenover de verzamelde pers op het Binnenhof. De minister wilde zo de indruk wegnemen dat hij op het punt stond af te treden vanwege de conclusies van het NIOD-rapport.

Premier Kok verklaarde later dat er "een ernstige, gewetensvolle eerste discussie heeft plaatsgevonden over de bevindingen van het NIOD, maar dat er geen reden is voor bijzondere opwinding".

Dilemma

Kok stelde dat de staatsrechtelijke overwegingen waarmee De Grave worstelt, voor meer mensen in het kabinet gelden, ook voor hem zelf.

De premier doelde daarmee op het dilemma van De Grave dat hij meent verantwoording te moeten nemen voor de beleidsdaden van zijn voorgangers, zolang een heikele kwestie niet door het parlement is afgehandeld.

Het kabinet wil volgende week vrijdag de discussie over het rapport afronden. Kok sluit echter niet uit dat de meest betrokken bewindslieden al eerder bij elkaar komen om conceptconclusies te bespreken.

Het uiteindelijke kabinetsstandpunt gaat in een brief naar de Tweede Kamer voordat het parlement eind april debatteert over het NIOD-rapport.

/NIEUWSKabinet bespreekt positie De Grave na Srebrenica