LONDEN - Piraterij op zee is wereldwijd in de eerste helft van dit jaar afgenomen. Het aantal gevallen van zeeroof bedroeg 182, een daling van ruim 20 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit een maandag gepubliceerd rapport van het Internationaal Maritiem Bureau (IMB).

In de eerste zes maanden van 2003 werden nog 234 gevallen gemeld, tegen 171 in 2002 en 165 in 2001, stelt het meldingscentrum voor piraterij van het IMB in Londen. Indonesië blijft het meest getroffen land. Daar deden zich vijftig overvallen op zee voor. Maar ook dat is minder dan vorig jaar, toen het er 64 waren in het eerste halfjaar.

De Straat Malakka, tussen Indonesië en Maleisië, volgt op de tweede plek met twintig overvallen tegenover vijftien in de eerste helft van vorig jaar. De schepen op de drukste waterweg van de wereld zijn steeds vaker het doelwit van piraten.

Maleisië, Indonesië en Singapore begonnen afgelopen week met de gezamenlijke controle over de Straat Malakka. Het eerdere aanbod van de Verenigde Staten om Amerikaanse mariniers in te zetten tegen piraterij hebben Indonesië en Maleisië afgewezen.

De wateren van Nigeria zijn derde in de reeks met dertien aanvallen. Vorig jaar waren in dezelfde periode nog achttien incidenten bij het Afrikaanse land geregistreerd. Uit het rapport blijkt dat het gebruik van geweld bij de aanvallen in het eerste semester van 2004 wel fors is toegenomen.

Er vielen dertig doden, tegen zestien in dezelfde periode van vorig jaar. Daarnaast raakten 44 mensen gewond, werden er negentien gegijzeld en raakten 21 bemanningsleden of passagiers vermist.

Het aantal overvallen met vuurwapens bleef in vergelijking met vorig jaar gelijk op 55, terwijl het gebruik van andere wapens daalde van tachtig naar 52. Bijna eenvijfde van alle overvallen wordt gepleegd op tankers en containerschepen die chemicaliën vervoeren. 6 Procent van de overvallen zijn gericht op olietankers. De piraten hebben het meeste oog voor bulkcarriërs en containerschepen.