DEN HAAG - Het EU-beleid om arme regio's in Europa te steunen werkt onvoldoende. Een groot deel van de miljardensubsidies komt bij relatief rijke regio's terecht, die het geld niet nodig hebben. Onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) stellen dat in een studie over het zogeheten cohesiebeleid van de EU.

Volgens het CPB verminderen bovendien de nationale overheden hun eigen steun zodra er subsidie uit Brussel binnenkomt. Het doel van het cohesiebeleid is om de verschillen in bruto binnenlands product tussen de regio's in de unie te verkleinen, bijvoorbeeld door geld beschikbaar te stellen voor infrastructuur en onderwijs. Volgens het CPB zouden de verschillen tussen de regio's veel sneller weggewerkt kunnen worden.

In enkele van de armste gebieden zou de economische groei een half procent per jaar kunnen stijgen als het beleid wel optimaal zou functioneren. De onderzoekers dringen dan ook aan op een hervorming van het beleid. Dat is zeker nu nodig omdat tien nieuwe lidstaten, waarvan acht uit het arme Oost-Europa, op het punt staan tot de unie toe te treden.

Deze toetreding leidt tot extra uitgaven voor het cohesiebeleid. De spanning tussen de arme lidstaten en de landen die meer geld aan Brussel afdragen dan ze ontvangen, zoals Nederland, kan daardoor oplopen. Volgens de CPB-onderzoekers zou het cohesiegeld beter besteed kunnen worden als de Europese Commissie er meer controle over krijgt. Een andere mogelijkheid is de lidstaten zelf te laten beslissen aan welke projecten ze het geld besteden. Ook concurrentie tussen de projecten zou tot een beter beleid leiden.