ROTTERDAM - De Binnenhof-retoriek van uitzetten en uitsluiten van vreemdelingen stuit op gemeentelijk niveau op humanitaire, professionele en praktische grenzen. Er bestaat op dit terrein een kloof tussen de wet en de werkelijkheid. De landelijke politiek mag haar ogen daar niet langer voor sluiten.

Dat stelt een groep onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam in een onderzoeksrapport dat woensdag wordt gepresenteerd in Den Haag.

"De gevolgen van het vreemdelingenbeleid blijven grotendeels onzichtbaar omdat allerlei opvangvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld actiegroepen van kerken, die problemen oplossen", stelt J. van der Leun, een van de opstellers van het rapport 'Nieuwe vangnetten in de Samenleving: over problemen en dilemma's in de opvang van kwetsbare groepen'.

"Eigenlijk zouden ze eens moeten stoppen met hun werk. Dan zou pas goed duidelijk worden waar de schoen wringt. Duizenden uitgeprocedeerden zouden op straat komen te staan, met alle gevolgen vandien."

Het onderzoek biedt een uitgebreid overzicht van de opvangvoorzieningen voor vreemdelingen zonder verblijfsstatus in de gemeenten Den Haag en Leiden. De Erasmus Universiteit werkte tijdens het onderzoek samen met KPMG en het multicultureel instituut Forum.

Geen pardon

Staatssecretaris Kalsbeek liet de Tweede Kamer eerder dinsdag weten dat de overheid de asielzoekers geen pardon zal verlenen. Dat onder de asielzoekers een groot aantal kinderen is dat in Nederland is opgegroeid en dat bovendien enkelen van hen ziek zijn, is voor haar geen reden hen een verblijfstitel te geven.

De komende tijd zullen nog eens 33 volwassenen en 28 kinderen uit Irak, Somalië, Soedan, Angola en Sri Lanka hun woning moeten verlaten.