Geen straling bij Bijlmerramp

DEN HAAG - Uit een test bij twintig brandweerlieden en bewoners blijkt niet dat zij zijn blootgesteld aan radioactieve straling of andere schadelijke stoffen tijdens de Bijlmerramp. Dat concluderen specialisten van het Leids Universitair Medisch Centrum in een rapport dat minister Hoogervorst (Volksgezondheid) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het vliegtuig van El Al dat in 1992 neerstortte op een flat in de Amsterdamse Bijlmer bevatte verarmd uranium als stabilisatiegewicht. Een deel daarvan is mogelijk in de vorm van uraniumoxiden in de lucht gekomen en ingeademd.

Twintig onderzoeken

In 2002 besloten de brandweer van Amsterdam en het ministerie van Volksgezondheid twintig mensen die bij de ramp betrokken waren te laten onderzoeken op eventuele lange termijn gevolgen. Zij hoopten hiermee tegemoet te komen aan de ongerustheid van betrokkenen.

Radioactieve straling en een aantal chemicaliën zijn in staat om breuken te veroorzaken in de chromosomen. Een deel van deze afwijkingen kan ook na vele jaren nog in het lichaam aanwezig zijn. Het LUMC onderzocht daarom de chromosomen van tien brandweermannen en tien anderen (hulpverleners, omwonenden en omstanders) en vergeleek deze ter controle met die van tien niet betrokkenen.

Geen afwijkingen

Uit het onderzoek waarvoor 30.000 witte bloedcellen handmatig zijn geanalyseerd bleek dat de chromosoomafwijkingen van alle dertig deelnemers zoveel op elkaar leken, dat er geen afwijkingen konden worden geconstateerd.

Slechts twee mensen weken daar wel van af. De eerste had afwijkingen die de specialisten wijten aan recente blootstelling. De tweede had waarschijnlijk een aangeboren afwijking.

Hoogervorst ziet net als de specialisten van het LUMC geen aanleiding om nog verder onderzoek te doen.

Tip de redactie