WASHINGTON - De Amerikaanse inlichtingendienst CIA wist al voor de oorlog tegen Irak dat Bagdad geen programma meer had voor de ontwikkeling van massavernietigingswapens. De dienst gaf deze informatie, gebaseerd op ondervragingen van familieleden van Iraakse wetenschappers, evenwel niet door aan president Bush. Die maakte in die tijd juist gewag van het grote gevaar van de Iraakse wapens.

Volgens de dinsdageditie van The New York Times heeft een commissie van de Amerikaanse Senaat achterhaald dat de CIA voorafgaand aan de oorlog in het geheim familieleden van Iraakse wetenschappers aan de tand voelde.

Tussenrapportage

De senaatscommissie, die onderzoek doet naar de wijze waarop de regering-Bush omging met inlichtingen over de Iraakse wapens, komt deze week met een tussenrapportage.

Functionarissen van de CIA hebben tegen de commissie verklaard dat uit de ondervragingen weliswaar was gebleken dat Irak geen wapenprogramma meer had, maar dat het aantal mensen dat dit heeft verklaard relatief gering was.

Volgens de krant zal de commissie hard oordelen over de CIA. De dienst zou onbetrouwbare gegevens voor waar hebben aangenomen en informanten, veelal Iraakse bannelingen, hebben geraadpleegd die van toeten noch blazen wisten over de actuele stand van zaken in hun vaderland.