Moszkowicz: twijfel over brandstichting Fireworks

ALMELO - A. de V. staat terecht voor brandstichting bij het Enschedese vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks op 13 mei 2000, terwijl geenszins vaststaat of er wel brand is gesticht. Daarom moet hij worden vrijgesproken, aldus raadsman A. Moszkowicz vrijdagochtend in zijn pleidooi voor de rechtbank in Almelo.

De advocaat haalde een rapport aan van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) dat de oorzaak van de vuurwerkramp heeft onderzocht. Hierin staat dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor brandstichting.

Het onderzoek naar de oorzaak van de vuurwerkramp is volgens Moszkowicz grotendeels alleen op de -jarige De V. uit Enschede gericht geweest. Andere sporen zijn niet of onvoldoende onderzocht. "Er is met een tunnelvisie gerechercheerd", aldus de raadsman.

Alibi

Moszkowicz fileerde de bewijsvoering van het Openbaar Ministerie. Zijn cliënt had wel degelijk een alibi voor de dag van de ramp. De aangetroffen vuurwerksporen op kleding van De V. kunnen wèl afkomstig zijn van een vuurwerkshow op Kreta, zoals de verdachte heeft verklaard. Ook kan het zijn dat hij die sporen heeft opgelopen toen hij na de ramp in het rampgebied is geweest, zoals getuigen hebben verklaard.

Volgens het NFI zijn de sporen afkomstig van het niet regulier afsteken van evenementenvuurwerk.

Undercoveractie

Tot twee keer toe werd een undercoveragent bij De V. in een huis van bewaring geplaatst tegen wie hij zou hebben bekend verantwoordelijk te zijn voor de vuurwerkramp. De infiltranten gaven zich uit voor medegedetineerden. Moszkowicz: "Die actie deugt van geen kanten. Het resultaat van die gesprekken moet daarom worden uitgesloten als bewijs."

Bovendien betoogde Moszkowicz dat iedereen in de rechtbank heeft kunnen zien hoe De V. antwoord geeft op vragen. "Hij is nogal warrig en geeft vaak antwoorden die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Dat terwijl de politie-infiltranten volhouden nooit moeite met zijn uitspraken te hebben gehad."

Moszkowicz vindt dat de rechtbank moet oordelen of De V. zich in uitlatingen aan derden niet groter heeft willen voordoen dan hij zelf is. De rechtszaak gaat vrijdagmiddag verder met het antwoord van de officier van justitie.

/DOSSIEREnschede

Tip de redactie