Sudan belooft opvang van miljoen ontheemden

KHARTUM/IRIBA - De regering van het Afrikaanse Sudan heeft vrijdag beloofd achttien goede opvangplaatsen in te richten in de crisisregio Darfur. Volgens de minister van Binnenlandse Zaken, generaal Abdel Rahim Mohamed Hussein, moeten de plekken een tijdelijk huis bieden aan tot een miljoen mensen die voor het geweld in de regio op de vlucht zijn geslagen.

De vluchtelingen zitten nu verspreid over circa 130 geïmproviseerde 'kampen' met nauwelijks water en onder erbarmelijke hygiënische omstandigheden.

De internationale druk op Sudan om een einde te maken aan het bloedvergieten en het humanitaire drama in Darfur neemt intussen toe, vooral onder aanvoering van VN-chef Kofi Annan. Hij is samen met onder anderen zijn speciale gezant voor Sudan, Jan Pronk, in de regio.

Annan

Annan sprak vrijdagavond met de Sudanese president al-Bashir. Hij riep het staatshoofd op zonder dralen een einde te maken aan het geweld in Darfur. De Afrikaanse Unie, een nog jong Afrikaans samenwerkingsverband, zei te verwachten dat er op 15 juli nieuw beraad komt tussen de betrokken partijen in het conflict.

Etnische spanningen

De crisis in Darfur is het gevolg van al lang sluimerende etnische spanningen over onder meer landbouwgrond tussen nomadische herders, die zichzelf als Arabieren beschouwen, en boeren met vastere woonplaatsen die hun zwart-Afrikaanse afkomst koesteren.

In februari 2003 kwamen drie van de Afrikaanse stammen in Darfur, die zich verenigden in de rebellengroepen SLA/M en JEM, in opstand tegen de regering, die wordt gedomineerd door een Arabische elite. De regering heeft de regio met militaire middelen bestookt en de zogeheten Janjaweed-milities, vaak tieners of jongvolwassenen, zaaiden er vervolgens dood en verderf.

Zeker 1,2 miljoen mensen in Darfur zijn ontheemd en hebben hun heil elders gezocht. Ze zijn deels naar Tsjaad gevlucht, waar velen leven in kampen.

Tienduizenden doden

De Verenigde Staten onderzoeken de dood van mogelijk al 30.000 mensen in Darfur. Het precieze dodental is onbekend, maar het lijkt zeker dat er meer dan 10.000 mensen zijn gedood. Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch staat vast dat Sudanese militairen zich medeschuldig hebben gemaakt aan de misdaden in Darfur, die vooral zijn gericht op leden van Fur, Masalit en Zaghawa-stammen.

De regering van Sudan heeft al verscheidene malen beloofd de crisis te zullen oplossen, maar tot echte daden kwam ze niet of nauwelijks. De rebellengroepen zeiden vrijdag op hun beurt niet met de regering te willen praten omdat die zich niet zou houden aan eerder gemaakte afspraken over een bestand.

Bezoek vluchtelingenkamp

Kofi Annan, Pronk en onder-secretaris-generaal Jan Egeland waren donderdag in Sudan om de crisis te bezweren. Vrijdag brachten ze een bezoek aan een vluchtelingenkamp in Tsjaad, waar circa 13.000 inwoners van Darfur een veilig heenkomen hebben gezocht. Het kamp wordt geleid door een Duitse hulporganisatie die zich in totaal bekommert om 59.000 Sudanezen.

Humanitaire ramp

De wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties (WHO) vreest dat in vluchtelingenkampen in de West-Sudanese provincie Darfur alleen al in de maand juli 10.000 mensen zullen bezwijken aan ziektes als cholera, malaria en dysenterie, aldus de BBC vrijdag. Met het aanbreken van het regenseizoen vormen dodelijke ziektes een nieuwe bedreiging voor de Afrikaanse bevolking van Darfur.

Hulporganisaties waarschuwen al geruime tijd voor een nog grotere humanitaire ramp. De hulpverlening is veel te traag op gang gekomen, zei Egeland. Hij noemde Darfur, een gebied ter grootte van Frankrijk maar zonder noemenswaardige infrastructuur "de grootste logistieke nachtmerrie in de geschiedenis van de humanitaire hulpverlening".

Tip de redactie