DEN HAAG - Het Joegoslavië-Tribunaal heeft dinsdag Milan Babic, die in 1991/92 enkele maanden president is geweest van de Kroatische Serviërs, veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaar. Kroatische Serviërs voerden in die periode een bloedige strijd om zich los te maken van het centrale gezag van de Kroatische president Tudjman in Zagreb. Kroatische burgers werden vermoord of verdreven.

Babic (48) legde begin dit jaar een gedeeltelijke schuldbekentenis af in het kader van een 'deal' (akkoordje) met de aanklagers. Hij bekende etnische vervolging als misdaad tegen de mensheid; in ruil daarvoor lieten de aanklagers andere punten uit de tenlastelegging vallen, zoals moord.

Babic is de tweede etnisch-Servische ex-toppoliticus die door het VN-hof in Den Haag een straf kreeg opgelegd na een bekentenis, na Biljana Plavsic. De voormalige presidente van Republika Srpska zit momenteel een straf van elf jaar uit in een Zweedse cel.

In tegenstelling tot Plavsic was Babic bereid tegen andere verdachten te getuigen, zoals de Servische ex-president Milosevic. VN-aanklaagster Hildegard Uertz-Retzlaff zei dan ook in april, tijdens hoorzittingen ter strafbepaling, dat Babic minder dan elf jaar moet krijgen, "met de klemtoon op minder".

In zo'n lage straf konden de drie rechters zich echter niet vinden. Daarmee zou gelet op de ernst van de misdaad het doel van de bestraffing noch de gerechtigheid zijn gediend, aldus de Nederlandse VN-rechter Alphons Orie, die het vonnis dinsdagochtend voorlas. De door Babic mede geplande vervolging heeft immers tot honderden moorden geleid.