WASHINGTON - Buitenlanders die worden verdacht van betrokkenheid bij terrorisme en vastzitten op de Amerikaanse militaire basis Guantanamo Bay op Cuba, mogen naar een Amerikaanse rechtbank stappen om de rechtmatigheid hun detentie aan te vechten. Dat heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof maandag bepaald.

Tot nu toe stelden (lagere) rechtbanken dat zij niet bevoegd waren te oordelen over mensen in Guantanamo Bay, omdat de basis niet tot het Amerikaanse grondgebied behoort, maar al sinds 1903 wordt gehuurd van Cuba.

De uitspraak van het hof is volgens Amerikaanse media een klap voor het antiterrorismebeleid van president Bush, alhoewel het hof de langdurige gevangenhouding in militaire cellen zonder aanklacht of inhoudelijk proces niet veroordeelt.

Op de basis in Cuba zitten bijna zeshonderd buitenlanders vast. Het gaat vooral om mannen die in Afghanistan zijn opgepakt als vermeend Taliban- of al-Qaedastrijder. De overgrote meerderheid zit al jaren vast zonder aanklacht of zelfs zonder toegang tot een advocaat. De VS beschouwen de gedetineerde als "vijandelijke combattanten". De term houdt in dat het niet om formele krijgsgevangenen zou gaan waarop de conventies van Genéve van toepassing zijn.

De gevangenhouding van "terreurverdachten" door de VS is al geruime tijd onderwerp van verschillende juridische procedures voor Amerikaanse rechtbanken. Een van die zaken draait om de rechtmatigheid van de detentie van de Amerikaanse staatsburger Yaser Esam Hamdi. Hij werd in 2001 in Afghanistan opgepakt als Talibanstrijder en zit sindsdien als een "vijandelijke combattant" vast in een cellencomplex in South-Carolina.

Detentie

De federale overheid heeft steeds gezegd dat Hamdi niet het recht heeft om zijn detentie aan te vechten voor een rechtbank in de VS. Daarover zei het Hooggerechtshof maandag dat Hamdi dat recht wel moet krijgen. Hij moet de gelegenheid krijgen aan te tonen geen "vijandelijke combattant" te zijn, vindt het hof.

Steekspel

In een derde kwestie in dit juridische steekspel gaat het om de zaak-Padilla. De Amerikaan José Padilla wordt verdacht een aanslag in de VS te hebben willen plegen met een radioactieve, zogeheten 'vuile bom'. De man werd op Amerikaans grondgebied, de luchthaven van Chicago, opgepakt en ook als "vijandelijke strijder" opgesloten. Padilla vecht dat aan. Over deze zaak zei het hof dat Padilla zijn zaak opnieuw aanhangig moet maken omdat er procedurele fouten zijn gemaakt door zijn advocaten.

De grote burgerrechtenorganisatie ACLU zei tegen The Los Angeles Times in een eerste reactie dat het Hooggerechtshof duidelijk heeft gemaakt dat er grenzen zijn aan de wijze waarop de federale overheid denkt te kunnen optreden tegen mensen die worden verdacht van terroristische activiteiten.