MOSKOU - In de Russische deelrepublieken Ingoesjetië en Dagestan, die grenzen aan Tsjetsjenië, zijn maandagavond gevechten uitgebroken. Dat hebben Russische media gemeld. "Strijders zijn Nazran (de hoofdstad van Ingoesjetië), Karabulak en Sleptovsk binnengetrokken", zei een officiële vertegenwoordiger van Ingoesjetië in Moskou tegen persbureau Interfax.

De zegsman gebruikte voor de aanvallers de term waarmee Tsjetsjeense separatistische rebellen vaak worden aangeduid. Volgens het Moskouse radiostation Echo hebben de strijders het ministerie van Binnenlandse Zaken van Ingoesjetië bezet.

Politiebureaus en controleposten

Ook tientallen politiebureaus en controleposten waren doelwit van de aanvallers. Tientallen strijders en burgers zouden bij de gevechten zijn omgekomen.

Ingoesjetië herbergt tienduizenden ontheemden die zijn gevlucht voor de oorlog in Tsjetsjenië. Rusland stuurde in oktober 1999 tienduizenden militairen naar de afvallige republiek in wat het een "grootschalige operatie tegen terrorisme" noemde.

Kremlin

Het Kremlin houdt vol dat de oorlog voorbij is en de situatie in de regio genormaliseerd. De guerrillaoorlog die nog bijna dagelijks levens eist, bewijst echter het tegendeel.

Ook de hoofdstad Machatsjkala van Dagestan is het toneel van gevechten. Dat meldden functionarissen van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de deelrepubliek.