'Samenwerking al-Qaeda en Irak niet aangetoond'

WASHINGTON - De Amerikaanse overheidscommissie die onderzoek doet naar de aanslagen van 11 september heeft geen geloofwaardig bewijs gevonden dat al-Qaeda en Irak samenwerkten, zoals de Amerikaanse regering nog steeds volhoudt.

Het terreurnetwerk en de regering van Saddam Hussein hebben wel contact gehad, maar van samenwerking is het nooit gekomen. Osama bin Laden wilde wel Iraakse hulp bij het verwerven van wapens en toestemming om in Irak trainingskampen op te zetten. "Irak is daar voor zover bekend nooit op in gegaan", concludeert de commissie in een woensdag verschenen tussentijds rapport.

Jarenlange banden

Een van de redenen die de Amerikaanse regering opvoerde voor de aanval op Irak was de nauwe banden die Saddam met al-Qaeda zou hebben. Hard bewijs daarvoor heeft de regering nooit laten zien. Toch sprak vice-president Dick Cheney maandag nog van de "jarenlange banden" tussen Saddam en al-Qaeda.

De onderzoekscommissie zegt voorts geen bewijs te hebben gevonden dat de Saudische regering direct of indirect betrokken is geweest bij de financiering van de aanslagen. Wel noemt de commissie Saudi-Arabië, het vaderland van zowel Bin Laden als vijftien van de negentien 11 september-kapers, een land waar al-Qaeda geen moeite had om financiële hulpbronnen aan te boren.

Toezicht

"Extremistische religieuze opvattingen zijn er wijdverbreid en er was tot voor kort nauwelijks toezicht op geldstromen die mede voor de financiering van terrorisme konden worden gebruikt", concludeert de commissie.

Tip de redactie