Eerste Kamer akkoord met identificatieplicht

DEN HAAG - Een meerderheid van de Eerste Kamer gaat akkoord met een uitgebreide identificatieplicht. Dat houdt in dat vanaf 1 januari 2005 iedereen vanaf veertien jaar zich moet kunnen legitimeren in de openbare ruimte, als de politie, opsporingsambtenaren of toezichthouders hen daarom vragen. Doen zij dat niet, dan riskeren zij een boete van maximaal 2250 euro.

De Eerste Kamer zal pas volgende week stemmen over het wetsvoorstel van minister Donner van Justitie. De PvdA weet nog niet of ze het steunt. De SP is tegen, omdat ze de maatregel buiten proportie vindt. Ook de jonge leeftijd waarop kinderen een identiteitskaart moet hebben, zit SP-senator Kox dwars.

Goede redenen

In de Tweede Kamer stemde de PvdA afgelopen december wel voor de wet. Maar de PvdA-senatoren hebben echter moeite met een aantal gevolgen van de wet. Zo vindt de PvdA-fractie onder meer dat de politie altijd goede redenen moet hebben om mensen om hun identiteit te vragen. Westerveld (PvdA) wilde dat dit in de wet of in ambtsinstructies voor de politie zou worden vastgelegd.

Donner gaat ervan uit dat de politie een gegronde reden heeft. Hij weigert dit te regelen in de bevoegdheden, omdat hij wil voorkomen dat mensen op straat eerst in discussie gaan met de politie voordat ze hun identiteit kenbaar maken. Donner meent dat interne gedragscodes voor politiemensen voldoen.

Toonplicht

Verder hield Donner vast aan een toonplicht en geen draagplicht, zoals CDA en VVD in de Eerste Kamer hadden geopperd. Dat betekent dat mensen niet verplicht zijn om een identiteitsbewijs op zak te hebben. Maar ze zijn wel verplicht dat bewijs te tonen als daarom gevraagd wordt. Het niet bij je hebben, is dus het risico dat de betrokkene neemt. Na drie jaar wordt de nieuwe wet geƫvalueerd.

Tip de redactie