AMSTERDAM - In een meerderheid van de lidstaten van de Europese Unie waar de afgelopen dagen verkiezingen voor het Europees Parlement zijn gehouden, komt de oppositie als grote winnaar uit de bus, blijkt uit exit-polls en voorlopige uitslagen. Ook euroskeptische en kleine protestpartijen boekten goede resultaten. Aan de verkiezingen voor de 732 zetels in het parlement van de nieuwe, uitgebreide unie deden bijna vijftienduizend kandidaten mee.

Verdeling van zetels Europees parlement

Centrumrechts 269
Sociaaldemocraten 199
Liberalen en Democraten 66
Groenen 39
Verenigd Links 37
Rechts 20
Eurosceptisch 20
Overig 76

De opkomst bij de verkiezingen is in een nieuwe prognose nog lager uitgekomen dan eerder op de avond. Bureau Gallup gaat er nu van uit dat 44,2 procent van de Europese stemgerechtigden naar het stemhokje is gekomen. Eerder op de avond was de prognose nog 44,6 procent. De opkomst is een dieptepunt in de dalende trend sinds de eerste verkiezingen voor het Europees Parlement in 1979.

Duitsland

In Duitsland, dat met 99 zetels de grootste afvaardiging naar het Europees Parlement stuurt, leed de SPD van bondskanselier Gerhard Schröder een grote verkiezingsnederlaag. De sociaal-democraten verloren bijna eenderde van hun aanhang. Volgens de prognoses komt de SPD uit op ongeveer 21,5 procent van de stemmen, tegenover 30,7 procent vijf jaar geleden. De christen-democratische oppositiepartij CDU/CHU komt uit op rond de 45,3 procent, een paar procent minder dan in 1999 toen ze 48,7 procent van de stemmen kregen. Ook bij de deelstaatverkiezingen leed de SPD een forse nederlaag.

Frankrijk

In Frankrijk blijft de UMP van president Jacques Chirac met ongeveer 16,5 van de stemmen ver achter bij de Socialistische Partij, die volgens de eerste prognoses uitkomt op ongeveer 30 procent van de stemmen. Het extreem-rechtse Front National van Jean-Marie Le Pen verdubbelt haar zetelaantal in het Europees Parlement waarschijnlijk van vijf naar tien.

Groot-Brittannië

Eind vorige week werd in Groot-Brittannië de Labour-partij van premier Tony Blair uit onvrede over het Irak-beleid van de regering al weggevaagd bij de gemeenteraadsverkiezingen. De partij eindigde met slechts 26 procent van de stemmen als derde achter de Conservatieve oppositie en de Liberaal-Democraten. Ook bij de Europese verkiezingen wacht Labour waarschijnlijk een gevoelige verkiezingsnederlaag. De UK Independence Party, die voor het opzeggen van het lidmaatschap van de Europese Unie is, kan volgens de peilingen rekenen op de steun van ongeveer 20 procent van de kiezers.

De protestpartij van de Oostenrijker Hans Peter Martin, die misbruik van het vergoedingssysteem voor europarlementariërs aan de kaak stelde, mag net als de beweging Europa Transparant van de Nederlander Paul van Buitenen waarschijnlijk twee mensen afvaardigen naar het parlement. Martins partij behaalde 14 procent van de stemmen.

Spanje

In Spanje zetten de socialisten hun overwinning bij de parlementsverkiezingen in maart kracht bij door waarschijnlijk een kleine overwinning te boeken op de Partido Popular. De opkomst was in Spanje bijzonder laag. Twee uur voor het sluiten van de stembussen had slechts eenderde van de kiezers zijn stem uitgebracht.

Portugal

Ook in Portugal eindigden de Europese verkiezingen in een nederlaag voor de regering. De Socialistische Partij behaalt volgens de prognoses van de Portugese televisie tussen 43 en 47 van de stemmen, tegenover 32 tot 36 procent voor de regeringscoalitie van sociaal-democraten en conservatieven.

Commentatoren wijten de verkiezingsnederlagen voor veel van de regeringspartijen bij de Europese verkiezingen aan het slechte economische klimaat en in een aantal landen, zoals Groot-Brittannië en Portugal, aan de onpopulariteit van de steun van de regering voor de oorlog in Irak.