AMSTERDAM - De drie jongeren uit Doetinchem die half mei om het leven kwamen toen zij met hun auto tegen een trein botsten, waren waarschijnlijk met de wagen aan het racen. Dat heeft de politie vrijdag bekendgemaakt. De slachtoffers waren waarschijnlijk aan het 'schampen'. Dit betekent in de volksmond dat zij met hoge snelheden reden en met de auto los van de grond probeerden te komen. Ze gebruikten de spoorwegovergang als springschans.

Het ongeval gebeurde op een onbewaakte overweg bij een zandpad tussen de Gelderse plaatsen Terborg en Doetinchem. De slachtoffers waren twee jongens van 19 en een meisje van 17 jaar. De jongens waren op slag dood; het meisje overleed later in het ziekenhuis aan haar verwondingen.

Politieonderzoek heeft aan het licht gebracht dat de slachtoffers vaker in het bosrijke gebied aan het racen waren. Tegen vrienden zeiden zij dat ook het noodlottige weekend van plan te zijn. De heuvel bij de spoorwegovergang is volgens de politie ideaal van hoogte om met de wielen van de grond te komen. Omdat er geen remsporen zijn gevonden, bestaat het vermoeden dat het drietal volledig is verrast door de naderende stoptrein, van vervoersmaatschappij Synthus. In de trein raakte niemand gewond.

De slachtoffers behoorden tot een groep jongeren die regelmatig samenkomen in Doetinchem. De politie gaat de jongeren binnenkort benaderen en waarschuwen voor het 'schampen'.