DEN HAAG - Minister Borst (Volksgezondheid) ziet geen kans een 'maximale wachttijd' in de wet te verankeren voor mensen die medische hulp nodig hebben. Eerder had ze zelf dat idee geopperd, onder meer om patiënten een instrument te geven om te kunnen klagen over ontijdige zorg. Het wordt volgens de bewindsvrouw echter een ondoenlijke aangelegenheid.

Dat heeft ze aan de Tweede Kamer geschreven. Niet alleen vindt ze te weinig draagvlak voor het plan bij de andere partijen in de zorgsector, er zitten ook in praktische zin veel te veel haken en ogen aan. Borst vreest zelfs dat er meer bureaucratie zou komen, net als een toename van de administratieve rompslomp en derhalve ook stijgende kosten.

Ook is ze bang dat eventuele door de wet aangegeven termijnen als standaard worden aangegrepen, met andere woorden, dat mensen misschien wel eerder zouden kunnen worden geholpen maar dat de zorgsector ze laat wachten omdat deze van die termijnen uitgaat.

Borst legt de bal bij de zorgverzekeraars, die een prestatieplicht hebben: "Als de zorgverzekeraar niet voldoet aan de verplichting tot tijdige zorgverlening, moet hij daarop aan te spreken zijn, tenzij sprake is van overmacht. Een beroep op overmacht wordt niet zomaar gehonoreerd."