VOORBURG - De samenstelling van de bevolking in de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) is in de periode -2003 veranderd. Het aandeel autochtonen is afgenomen van 64 naar 57 procent. Het aandeel allochtonen is opgelopen tot 43 procent, waarvan 31 procent afkomstig is uit niet-westerse landen. Dat heeft het Centraal Bureau voor Statistiek maandag bekendgemaakt.

De verschuiving is ontstaan doordat autochtonen verhuizen naar andere gemeenten en allochtonen zich vanuit het buitenland in de grote steden vestigen. Bij de autochtone stedelijke bevolking is ook de natuurlijke aanwas lager.

Jaren zestig

Vanaf midden jaren zestig kenden vooral Amsterdam, Rotterdam en Den Haag een tijd lang een periode van bevolkingsverlies. Eind jaren tachtig kwam daaraan een einde. De totale bevolking van de vier grote steden is vooral door de uitbreiding van de gemeentegrenzen tussen 1995 en 2003 met 66.000 toegenomen. De bevolkingstoename in het oorspronkelijke stadsgebied zoals in 1995, bedraagt slechts 19.000.

Uit de oorspronkelijke stadsgebieden in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) zijn in totaal 89.000 autochtonen vertrokken. De totale allochtone bevolking nam tussen 1995 en 2003 met 63.000 mensen toe. Daarvan zijn 54.000 niet-westerse allochtonen en 9000 westerse allochtonen. Het vertrek van de autochtone bevolking werd daarmee voor tweederde gecompenseerd door voornamelijk niet-westerse allochtonen.

De autochtone bevolking in de vier grote steden is in deze periode extra gekrompen doordat het aantal overledenen het aantal geboorten met 40.000 overtrof. Bij niet-westerse allochtonen leidde de natuurlijke aanwas juist tot een extra groei van 85.000 inwoners. In de oorspronkelijke stadsgebieden is het aantal autochtonen afgenomen met 129.000, terwijl het aantal allochtonen toenam met 139.000.