DEN HAAG - Zwangere vrouwen onder de 36 jaar kunnen ook in de toekomst niet hun ongeboren kinderen gratis laten testen op het syndroom van Down of op een open ruggetje. Dat heeft staatssecretaris Ross van Volksgezondheid geschreven in een brief die maandag naar de Tweede Kamer gaat. Dat heeft een woordvoerder van het ministerie bevestigd.

Daarmee verwerpt Ross een advies van de Gezondheidsraad, dat in april is verschenen. De raad wil voor iedere zwangere vrouw in de elfde week van de zwangerschap een combinatie van een nekplooitest en een bloedtest.

Kosten

De staatssecretaris vindt onder meer de kosten van ongeveer 100 miljoen euro voor de test niet opwegen tegen de baten. Volgens Ross zou met het testen van 200.000 vrouwen de geboorte van twintig gehandicapten kunnen worden verhinderd. Ook vindt de

CDA-bewindsvrouw dat zwangerschap een individuele aangelegenheid is en dat de moeder zelf moet kunnen kiezen voor een onderzoek. Zwangere vrouwen boven de 36 jaar krijgen hun test wel vergoed. Vooral bij die leeftijdscategorie is de test betrouwbaar. Bij vrouwen met een jongere leeftijd is de betrouwbaarheid veel minder groot.

Uit de test blijkt alleen of bij de foetus een verhoogd risico op het syndroom van Down is. Om zekerheid te krijgen vindt vervolgens nog een vlokkentest of vruchtwaterpunctie plaats. Die is niet zonder risico.

De kwestie van prenatale screening kwam eind vorig jaar al in de publiciteit. Toen bleek er in de Tweede Kamer brede steun te zijn om vrouwen meer mogelijkheden te geven hun ongeboren kind te laten onderzoeken.