DEN HAAG - De Nederlandse luchtmacht gaat bij Boeing, de Amerikaanse fabrikant van de Apache-helikopter, navraag doen over eventuele mankementen aan dit toestel. Dat heeft een woordvoerder dinsdag gezegd naar aanleiding van een uitgelekt rapport van het Britse ministerie van Defensie over de gevechtsheli.

Volgens het rapport, naar buiten gekomen via The Daily Telegraph, zou het toestel bij het afvuren van projectielen de eigen staart beschadigen.

Bij de Nederlandse luchtmacht is niets van deze problemen bekend, noch vanuit de Verenigde Staten, noch vanuit Nederland. "We gaan ook niet in paniek raken door een uitgelekt rapport dat we zelf niet kennen, maar we gaan gewoon ons licht opsteken over wat er nou eigenlijk aan de hand zou kunnen zijn", aldus de zegsman van Defensie.

Ongeluk

In december 2000 hielden de Amerikanen al hun toenmalige Apaches uit voorzorg een week aan de grond na een ongeval als gevolg van problemen met de staartrotor. Ook de Nederlandse Apaches mochten gedurende die tijd daarom niet vliegen.

De nieuwe problemen spitsen zich toe op de Hellfire-raketten, een lasergeleide antitankraket waarvan er zestien onder de korte vleugels van de Apache bevestigd kunnen worden. Bij het afvuren van de Hellfires zou uit de achterkant van de raketbuis kleine delen wegschieten die de staart van de heli beschadigen.

Brokstukjes

Binnen de Amerikaanse strijdkrachten geldt inmiddels de richtlijn dat alleen in oorlogstijd Hellfire-raketten mogen worden afgevuurd. Dat mag bovendien alleen vanonder de rechtervleugel gebeuren, om te voorkomen dat kleine brokstukjes de staartrotor linksachter raken.

Het kabinet besloot in 1995 tot de aanschaf van dertig Apache-helikopters van het type AH-64D. De eerste vier toestellen werden in 1998 afgeleverd. Als interim-oplossing mocht de luchtmacht vanaf 1996 al gebruik maken van een oudere type Apache (AH-64A).

De veel geprezen Apache's, die voor het eerst naam maakten in de Golfoorlog (1991), blijkt de laatste tijd gevoeliger voor mankementen. Zo hebben de toestellen die door de Amerikanen worden ingezet in Afghanistan met meer storingen dan voorheen. Deskundigen wijten dat vooral aan de stoffige omgeving, waartegen de motoren niet goed bestand zouden zijn.