UTRECHT - Om middenoorontstekingen bij kinderen te voorkomen, moeten baby's vanaf twee maanden worden ingeënt met het nieuwe vaccin tegen pneumokokken. Het vaccin heeft geen effect meer op oorontstekingen bij oudere kinderen die al regelmatig een oorontsteking hebben gehad.

Dat concludeert geneeskundige Reinier Veenhoven in zijn proefschrift, waarop hij op 15 juni aan de Universiteit Utrecht promoveert. In 40 tot 50 procent van de gevallen wordt een middenoorontsteking veroorzaakt door pneumokokken. Dat zijn bacteriën waarvan meerdere typen bekend zijn. Het nieuwe vaccin is gericht tegen zeven van deze typen.

Vier jaar studie

Het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht heeft in de afgelopen vier jaar samen met de afdeling kindergeneeskunde van het Spaarne Ziekenhuis Haarlem bijna vierhonderd kinderen van 1 tot 7 jaar met herhaalde oorontstekingen onderzocht. De helft van hen kreeg het pneumokokkenvaccin toegediend, de andere helft een controlevaccin tegen geelzucht.

In de achttien maanden daarna bleek dat de kinderen die waren ingeënt met het vaccin tegen pneumokokken, goede afweerstoffen maakten tegen de bacteriën.

Maar het effect op oorontstekingen was volgens de onderzoekers teleurstellend. Beide groepen kinderen hadden evenveel oorontstekingen. Ook de ernst en de duur ervan verschilden niet. Uit eerder onderzoek bleek dat vaccinatie wel effectief was als deze plaatsvond in de eerste levensmaanden.

Veenhoven verklaart een en ander door erop te wijzen dat bij iets oudere kinderen in de neus-keelholte na inenting een verschuiving optreedt van pneumokokken waartegen wordt ingeënt naar pneumokokken die niet in het vaccin zijn opgenomen.

Deze nieuwe pneumokokken zijn ongevoelig voor het vaccin en kunnen weer nieuwe oorontstekingen veroorzaken. De neus-keelholte is het natuurlijk reservoir van pneumokokken in het lichaam.