DEN HAAG - De 40-jarige Haagse verpleegkundige L. de B. blijft in hechtenis in afwachting van haar proces. De rechtbank in Den Haag ging maandag niet in op het verzoek van advocaat A. Visser de vrouw uit de cel te laten. De Haagse wordt verdacht van moord op kinderen en oudere patiënten in het Juliana Kinderziekenhuis/Rode Kruisziekenhuis (JKZ/RKZ) in haar woonplaats.

De rechtbank vindt dat de bezwaren op basis waarvan justitie besloot haar op te pakken, nog steeds aanwezig zijn. Advocaat Visser bepleitte juist dat er bij zijn cliënte geen sprake is van herhaling of vluchtgevaar.

Justitie verdenkt de Haagse vooralsnog van moord en poging tot moord op een baby, een klein jongetje en een oudere vrouw. De tenlastelegging is voorlopig, omdat het OM nog niet klaar is met het onderzoek. Volgens advocaat Visser onderzoekt justitie in totaal negentien dossiers van overlijdensgevallen, waaronder enkele in het Leyenburg ziekenhuis.

Niet gewenst

Ook het verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) de vrouw in het Pieter Baan Centrum te laten observeren, wees de rechtbank af. Het OM vroeg hier voor de tweede keer om.

Eerder besloot de raadkamer van de rechtbank dat een verblijf in het centrum niet gewenst was, omdat De B. had aangegeven dat zij op geen enkele manier zou meewerken aan psychologisch en psychiatrisch onderzoek. De rechtbank gaf wel aan dat behandeling in het Pieter Baan Centrum in een later stadium wel mogelijk moet kunnen zijn.

Justitie hield De B. in september aan, op basis van een uitgebreid dossier van het JKZ/RKZ over verdachte sterfgevallen. Steeds als er iemand stierf, had De B. dienst of was ze net naar huis. De verpleegkundige is inmiddels ontslagen.