DEN HAAG - Minister Remkes (Binnenlandse Zaken) is niet te spreken over de afspraken die burgemeester Cohen van Amsterdam heeft gemaakt met zijn nieuwe korpschef Welten. De afspraak dat Welten zijn salaris behoudt als hij stopt als korpschef, noemt Remkes "niet gewenst". Dat de gemeente Amsterdam de helft van Weltens nieuwe huis betaalt, keurt de minister af.

In antwoord op vragen van de Tweede Kamer heeft Remkes dinsdag geschreven dat de toezegging over de koopwoning een eenmalige gebeurtenis is "die geen navolging verdient". Hoewel Cohen zijn boekje niet te buiten is gegaan, wil Remkes wel uitzoeken wat voor arbeidsvoorwaarden mensen als Welten genieten en hoe deze strakker aan regels onderworpen kunnen worden.

Nieuwe huis

Omdat Welten zijn woning in Groningen moet verruilen voor een veel duurder onderkomen in Amsterdam, wordt de hoofdstad voor hoogstens de helft eigenaar van zijn nieuwe huis. Ook past de gemeente extra onroerendzaakbelasting bij en inkomsten- en loonbelasting als de belastingdienst de gemeentelijke deelname in het huis als inkomen in natura ziet.

Overigens vindt Remkes de hoogte van Weltens loon wel passend en in ieder geval niet exorbitant, zoals de Amsterdamse afdeling van Groenlinks het had genoemd. Wat er op Weltens salarisstrookje komt te staan, is gebruikelijk voor de korpschef van Amsterdam en sluit aan bij de arbeidsvoorwaarden van zijn voorganger.

Inleveren

Ook is het niet zo dat hij sowieso zijn loon behoudt tot zijn pensioen. Welten moet salaris inleveren als hij zou moeten aftreden wanneer hij zijn werk slecht doet. Bovendien houdt hij zijn loon alleen als hij een even zware functie binnen het Amsterdamse korps krijgt en minsten zeven jaar korpschef is geweest.

Oppositiepartijen PvdA en GroenLinks, maar ook regeringspartijen CDA en VVD maakten zich druk over de arbeidsvoorwaarden van de aanstaande Amsterdamse korpschef. VVD-Tweede-Kamerlid Cornielje vindt de salarisovereenkomst uit de tijd. Remkes sluit zich hierbij aan als hij het heeft over de salarisgarantie. "Het past zeker in dit tijdsgewricht niet dat vroegtijdig reeds dergelijke afspraken over mogelijke toekomstige situaties worden gemaakt."