AMSTERDAM - Uit recent onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat slechts vijftien procent van de 1700 allochtonen die een inburgeringscursus volgen, na afloop voldoende Nederlands spreken om zich te redden op de arbeidsmarkt. Dit meldt dagblad Trouw vandaag.

Morgen debatteert de Tweede Kamer over de resultaten van de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) uit 1998. Sinds de invoering van deze wet moeten nieuwkomers verplicht cursussen volgen waarin ze Nederlands leren en kennis van de maatschappij opdoen.

De wet streeft ernaar dat nieuwkomers in Nederland na een jaar (600 uur) les 'sociaal of professioneel redzaam' zijn. Dat betekent dat ze uit de voeten kunnen bij het boodschappen doen of bij de dokter (niveau 2), of dat ze 'met redelijk gemak' eenvoudige gesprekken kunnen voeren (niveau 3).

Slechts 15 procent haalt niveau 3, dat een vereiste is voor een 'goede aansluiting op arbeidsmarkt of vervolgonderwijs'. 25 procent bereikt niveau 2, terwijl 60 procent van de deelnemers na hun inburgering vrijwel geen Nederlands spreekt.

Niet voldoende

Uit eerder onderzoek was al gebleken dat voor mensen die al langer in Nederland verblijven zeshonderd uur taalles niet voldoende is om een plek te vinden in de Nederlandse samenleving.

"Er is meer nodig. Maatwerk. Iemand die hoog is opgeleid heeft een ander inburgeringsprogramma nodig dan een analfabeet", aldus Ella Vogelaar, projectleider van de taakgroep die een jaar geleden door minister Van Boxtel (Integratiebeleid) werd opgericht om de inburgering te verbeteren.

Opleiding en motivatie

Volgens E. Adusei, beleidsambtenaar onderwijs in Amsterdam Zuid-Oost, kan de organisatie van de cursussen beter, maar wordt het resultaat vooral bepaald door het opleidingsniveau van de deelnemers en de vraag hoe gemotiveerd ze zijn.

Naar schatting kan eenderde van de cursisten niet lezen of schrijven en velen hebben niet meer dan een paar jaar lagere school.

Uitval

Het uitvalpercentage van de inburgeringscursus is vrij hoog: tussen de 15 en 20 procent. De belangrijkste redenen om te stoppen zijn: het vinden van werk, persoonlijke omstandigheden waaronder ziekte en persoonlijke problemen, zwangerschap en een gebrek aan kinderopvang.

Om te zorgen dat de cursisten het traject wel afmaken zullen de duale trajecten (gelijktijdig werken en leren) verder uitgebreid worden. Ook komt er meer aandacht voor kinderopvang en zullen er sancties worden getroffen tegen cursisten die 'verwijtbaar uitvallen.'

Slecht Nederlands

Maar ook degenen die de cursus wel afmaken, spreken na afloop meestal slecht Nederlands. Adusei: "Niveau 2 stelt echt heel weinig voor. Mensen die dit hebben gehaald vergeten het geleerde bovendien snel, omdat ze ongeschoold werk doen en niet buiten hun eigen kring van landgenoten komen."

Volgens hem moet de WIN dan ook drastisch herzien worden. Er zouden bijvoorbeeld beter korte cursussen van een half jaar aangeboden kunnen worden en voor de echt gemotiveerden een vervolgcursus. De inburgerplicht kost de overheid nu zo'n 250 miljoen euro per jaar.

/NIEUWSVeel allochtonen haken af bij inburgeringscursusUitval inburgeringscursussen blijft hoogInburgering allochtonen verloopt nog te traag