AMSTERDAM - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft donderdag in hoger beroep acht jaar cel geëist tegen Jochem van Z., een van de verdachten in de Ahold-afpersingszaak. Volgens het OM staat vast dat hij twee pogingen tot moord heeft gedaan, zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing en zonder vergunning in het bezit was van een wapen. Van Z. en een medeverdachte schoten diverse keren op bedrijven en huizen, in de hoop enkele miljoenen euro's te ontvangen.

Voor het gerechtshof in Arnhem uitte de advocaat van Van Z., Anno Huisman, forse kritiek op de politie. Volgens de raadsman zijn zij niet volgens de regels te werk gegaan bij de verhoren. Ook zouden getuigenverklaringen zijn genegeerd waaruit blijkt dat niet Van Z., maar juist medeverdachte Edwin W. zou hebben geschoten op vestigingen van Albert Heijn in Zwolle en huizen in Zwolle, Meppel en Deventer.

Bovendien heeft een aantal medegedetineerden van W. verklaard dat hij Van Z. er naar eigen zeggen had 'ingeluisd', aldus de advocaat. Van Z. heeft bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot afpersing. Maar hij is volgens zijn advocaat altijd in de veronderstelling geweest dat het zou gaan om een kleinschalig, lokaal bedrijf. Van Z. heeft ook toegegeven in het bezit te zijn geweest van een wapen. Deze had hij in zijn dakgoot verstopt.

Van Z. is niet de hoofdverdachte in de geruchtmakende afpersingszaak. Dat is volgens het OM Edwin W., een 32-jarige natuurkundeleraar. Hij is in hoger beroep veroordeeld tot negen jaar cel voor poging tot moord en afpersing. Van Z. kreeg eerder door de rechtbank vier jaar cel opgelegd voor poging tot moord en medeplichtigheid aan afpersing.