DEN HAAG- Het CDA twijfelt of het afschaffen van het gebruikersdeel van de onroerendzaakbelasting per 1 januari 2005 wel haalbaar is zonder de gemeenten in problemen te brengen. CDA-Tweede-Kamerlid Smilde zei dat donderdag in een overleg met de ministers Remkes van Binnenlandse Zaken, Zalm van Financiën en diens staatssecretaris Wijn.

De afschaffing van het gebruikersdeel van de ozb, dat betaald wordt door huurders en huiseigenaren die zelf in hun woning wonen, is in het regeerakkoord afgesproken. De maatregel moet een lastenverlichting van circa 1 miljard euro opleveren. Die compenseert de burgers voor de stijging van de kosten van de gezondheidszorg, die het gevolg is van een geplande wijziging van het zorgstelsel.

Hoewel de gedeeltelijke afschaffing van de ozb vooral op aandringen van de VVD in het regeerakoord is opgenomen, zei fractievoorzitter Van Aartsen onlangs er niet rouwig om te zullen zijn als de maatregel niet doorgaat. Volgens hem beschouwt de VVD-kiezer die niet als een belangrijk punt. Overigens zwakte Van Aartsen zijn woorden later af.

VVD-Kamerlid Van Beek kreeg in het overleg donderdag de woorden van Van Aartsen voordturend voor de voeten geworpen door de oppositie. Maar hij wil dat de afschaffing van de ozb gewoon doorgaat. Ook Van Beek onderstreepte echter dat de gemeenten daarbij niet in de problemen mogen komen. Volgens organisaties als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Raad voor de Financiële Verhoudingen zal dat zeker gebeuren als de ozb deels verdwijnt, ook al is het Rijk van plan de gemeenten financieel te compenseren.

De oppossitiefracties zijn tegen het schrappen van de ozb. Zij vinden dat het Rijk het geld dat met de lastenverlichting gepaard gaat beter voor andere doelen kan gebruiken.