Straffen tot 11 jaar in zaak-Maja

ARNHEM - Goran M. uit Beuningen en Ferdi Ö. uit Nijmegen zijn volgens de rechtbank in Arnhem schuldig aan het voorbereiden en uitvoeren van de moord op de 16-jarige Maja Bradaric uit Nijmegen in november vorig jaar. Ook hebben beiden zich schuldig gemaakt aan lijkverbranding in een poging de sporen van hun misdaad uit te wissen.

De minderjarige Goran P. heeft volgens de rechtbank een zeer ondergeschikte rol gespeeld. Dat heeft rechtbankvoorzitter mr. N. Huijgen woensdagmorgen in Arnhem gezegd. Volgens de rechtbank hebben Goran M. en Ferdi zowel samen als apart dingen gedaan om de "koelbloedige" moord op Maja voor te bereiden en uit te voeren. "Ze hebben zich schuldig gemaakt aan het ernstigste strafbare feit en een weerzinwekkende minachting voor hun slachtoffer getoond.

Onherstelbaar

Het leed van de nabestaanden is onherstelbaar. Het lichaam van Maja was zo verminkt dat de ouders geen afscheid hebben kunnen nemen", zo zei Huijgen.

De rechtbank heeft Goran M. acht jaar celstraf en tbs met dwangverpleging opgelegd. Goran is volgens onderzoekers verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank heeft er rekening mee gehouden dat de 18-jarige jongeman na zijn langdurige celstraf nog een jarenlange behandeling achter gesloten deuren zal moeten ondergaan.

Ernstige stoornis

Hij heeft een ernstige stoornis, is gefascineerd door de dood en hij zal zonder behandeling gemakkelijk weer gevaarlijke dingen gaan doen volgens onderzoekers. Tegen Goran M. was twaalf jaar en tbs geëist.

Ferdi Ö. heeft elf jaar gevangenisstraf opgelegd gekregen, omdat hij volgens onderzoekers volledig toerekeningvatbaar is. Het OM eiste vijftien jaar celstraf, maar de rechtbank heeft in acht genomen dat de 19-jarige jongeman jarenlang in de cel zal zitten, in de tijd dat zijn leeftijdgenoten hun leven uitstippelen.

Normale jongeman

"Hoewel een deel van de samenleving de zwaarste straf zal verwachten voor dit verbijsterende en gruwelijke delict, houden we er ook rekening mee dat Ferdi een normale jongeman is op wie tot nu toe niets aan te merken viel", aldus Huijgen.

De rechtbank heeft geen bewijs kunnen vinden dat Ferdi doodsbang voor Goran zou zijn, zoals zijn raadsman mr. J. Boone heeft betoogd. "Ook na de moord hebben de twee nog vriendschappelijk contact gehad. Ze hebben samen de auto schoongemaakt en zijn samen op condoleancebezoek bij de ouders van Maja geweest. Dat maakt eerder de indruk van goede vrienden", zo zei Huijgen.

Hoger beroep

Raadsman M. Stassen van Goran M. overweegt in hoger beroep te gaan. Na afloop vertelde hij dat zijn cliënt "blij is dat er vier jaar van de straf is afgegaan zodat hij eerder met zijn tbs-behandeling kan beginnen".

Ferdi's raadsman J. Boone was niet bereikbaar voor commentaar, maar kondigde tijdens de behandeling van de strafzaak al aan dat hij in beroep zal komen. Hij is het niet eens met de conclusies van de onderzoekers van de justitiële observatiekliniek Pieter Baan Centrum en wil een nieuw onderzoek.

Ondersteunende handelingen

De rechtbank halveerde de strafeis tegen de 17-jarige Goran P., die volgens het OM een gevangenisstraf van zes jaar moest krijgen. De rechtbank acht de minderjarige jongen niet schuldig aan de moord op Maja, maar wel aan ondersteunende handelingen bij de uitvoering daarvan.

Goran P. gaf onder meer het touw aan waarmee Ferdi en Goran M. Maja wurgden. Ook wees hij de weg naar de uiterwaarden bij Bemmel, waar Maja in brand werd gestoken.

Volwassen straf

Omdat Goran P. een volwassen indruk maakt en met meerderjarige vrienden ernstige delicten heeft gepleegd, moet hij volgens de rechtbank een volwassen straf krijgen ondanks zijn minderjarigheid.

De rechtbank heeft Goran P. veroordeeld tot drie jaar celstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar. In die tijd moet de jongen zich laten behandelen voor een post-traumatische stress-stoornis, die hij overgehouden zou hebben aan de oorlog in Bosnië. Ook blijft hij onder toezicht van de jeugdreclassering.

Strafoplegging

Persofficier van justitie M. van der Mark zei woensdag dat het OM zorgvuldig zal overwegen of hoger beroep in de strafzaken nodig is. "Het is juist dat de strafoplegging anders is dan het OM had geëist, maar de rechtbank deelde in haar vonnissen veel standpunten met het OM."

Tip de redactie