ROTTERDAM Mag een imam zeggen dat homoseksualiteit schadelijk is voor de samenleving en het bestempelen als besmettelijke ziekte? En zet hij daarmee anderen aan tot haat en discriminatie van homoseksuelen? Over deze vraag buigt de rechtbank in Rotterdam zich maandag in de zaak tegen de Rotterdamse imam K. el Moumni.

Die zei in mei vorig jaar in het televisieprogramma Nova dat "homoseksualiteit niet beperkt blijft tot de mensen die deze ziekte hebben, maar dat hij zich kan verspreiden. De Nederlandse samenleving is multicultureel. Dus als de ziekte zich dan verspreidt, kan iedereen besmet raken. Daar zijn we bang voor", aldus de als conservatief bekendstaande imam van de An-Nasrmoskee.

'Goed gesprek'

Over de uitspraken van El Moumni ontstond grote commotie. Diverse organisaties deden aangifte, maar ook individuele personen. El Moumni werd op het matje geroepen bij minister Van Boxtel (Integratiebeleid), die na afloop verklaarde 'een goed gesprek' te hebben gehad met El Moumni. Toen echter later geschriften van El Moumni opdoken waarin hij Europeanen lager dan varkens noemde, had ook Van Boxtel het helemaal gehad met de imam.

Die geschriften maakten overigens geen deel uit van de overwegingen van het Openbaar Ministerie (OM) in Rotterdam om de imam te vervolgen. Dat baseerde zich uitsluitend op de uitlatingen gedaan in Nova. In december werd bekend dat het tot vervolging zou komen.

Onbegrijpelijke beslissing

Wat de advocaat van El Moumni betreft, was dat een onbegrijpelijke en beschamende beslissing. Mr. L. van den Puttelaar wilde vrijdag niet vooruitlopen op de zaak, maar zei wel dat zij zeker zal ingaan op vergelijkbare zaken uit het verleden waarin het OM bakzeil heeft gehaald.

Daarmee doelt Van den Puttelaar op onder meer de rechtszaken tegen RPF-voorman L. van Dijke, die zich in een weekblad afvroeg of een praktiserend homofiel wel beter is dan een dief, en de zaak tegen een Hengelose dominee, die homofilie als een vieze en vuile zonde had bestempeld.

Vrijheid van meningsuiting

In beide gevallen oordeelden diverse rechtscolleges dat Van Dijke en de dominee zich baseerden op hun geloofsovertuiging. In de vonnissen werd nadrukkelijk gewezen op het belang van de vrijheid van meningsuiting en godsdienst.

Het OM zegt ook naar die jurisprudentie te hebben gekeken. "In dit geval zijn wij echter van mening dat de imam met zijn uitlatingen de grens van het aanvaardbare heeft overschreden", aldus een woordvoerder in december.