DEN HAAG - Het gerechtshof in Den Haag is niet bevoegd om de van seriemoord verdachte verpleegkundige Lucia de B. uit haar beroep te zetten. Dat komt door een lacune in de wet, legde woensdag de persadvocaat-generaal van het Openbaar Ministerie (OM) in Den Haag uit.

Aanklagers C. Strack en G. Haverkate in de hoger beroepszaak tegen De B., die wordt verdacht van zeven moorden en drie pogingen tot moord op ziekenhuispatiënten, brachten de kwestie dinsdag aan de orde in de motivering van hun strafeis. Het OM eiste levenslang tegen de 42-jarige Haagse.

De rechter kan volgens het OM iemand alleen uit zijn vak zetten, als dat expliciet in de wet staat aangegeven. Bij de artikelen over moord en poging tot moord staat dat er niet bij. Mocht het gerechtshof Lucia niet tot levenslang, maar tot een tijdelijke straf veroordelen, zou zij in theorie daarna weer als verpleegkundige aan de slag kunnen. Moet Lucia de rest van haar leven achter tralies doorbrengen, dan kan ze automatisch ook niet meer als verpleegkundige aan het werk.

Wrang is dat bij sommige misdrijven die niet of minder opzettelijk gebeuren, zoals bijvoorbeeld dood door schuld en grove nalatigheid, de rechter wel iemand uit zijn vak mag zetten. De advocaten-generaal vinden dan ook dat de wet moet worden aangepast.

De B. zou overigens wel via een procedure via het medisch tuchtrecht het recht kunnen verliezen om als verpleegkundige te werken. Voor zover bekend loopt tot op heden niet een dergelijke procedure tegen haar. Ze staat ook nog ingeschreven in het BIG-register, het register Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Dit registreert behalve verpleegkundigen ook andere beroepsbeoefenaars als artsen en fysiotherapeuten en eventuele beperkingen in hun bevoegdheid.