DEN HAAG - Het beleid om de broeikasgassen te verminderen is niet meetbaar, onsamenhangend en de uitvoering ervan verloopt traag. Het halen van een flinke reductie van de CO2-uitstoot in 2010, zoals afgesproken in het verdrag van Kyoto, is daarom onzeker. Eventueel succes is bovendien meer afhankelijk van economische groei en de energieprijs dan van beleid.

Dit harde oordeel velt de Algemene Rekenkamer in het rapport Bestrijding uitstoot broeikasgassen, dat donderdag is uitgebracht. Recentelijk concludeerden ook het Centraal Planbureau (CPB) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat de Kyoto-doelstelling niet gehaald wordt als de economie flink groeit.

Smerige uitstoot

Minister Pronk (VROM) gelooft daarentegen nog steeds dat de beoogde vermindering van de smerige uitstoot ervan komt, zo blijkt uit een reactie die in het Rekenkamer-rapport is opgenomen. Wel zal hij op aanraden van het toetsinstituut doelen opstellen voor de reductie van broeikasgassen per sector. Ook de aanbeveling om het beleid van CO2-reductie te verbreden tot bijvoorbeeld de binnenvaart neemt hij over.

Nederland moet volgens het Kyoto-protocol, waarmee de Tweede Kamer onlangs instemde, in 2008-2012 zorgen voor 6 procent minder broeikasgassen dan in 1990. In 2000 was het echter 3 procent meer. Binnen de Europese Unie is afgesproken dat lidstaten maximaal de helft van de reductie in het buitenland mogen bereiken, bijvoorbeeld door milieumaatregelen in Oost-Europa te betalen. De Rekenkamer heeft zich geconcentreerd op de winst die in eigen land geboekt moet worden.

Ecotax

Uit het rapport blijkt dat het effect van belastingmaatregelen die zuinig energiegebruik en 'groen beleggen' bevorderen onduidelijk is. Alleen de zogenaamde ecotax

Het valt de rapporteurs ook op dat de uitvoering van het beleid moeizaam op gang komt. Van de 425 miljoen euro die het kabinet in 1997 bestemde voor klimaatbeleid is pas 21 miljoen daadwerkelijk uitbetaald aan projecten. Ook matige vorderingen bij de herstructurering van de glastuinbouw noemt de Rekenkamer als voorbeeld.

Het kabinet wijst het advies om de minister van VROM meer mogelijkheden te geven om het beleid van andere departementen te coördineren van de hand.