Vijftien jaar geëist tegen Ferdi Ö.

ARNHEM - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft maandag voor de rechtbank in Arnhem een gevangenisstraf van vijftien jaar cel geëist tegen Ferdi Ö., voor het medeplegen van de moord op de 16-jarige Maja Bradaric en het in brand steken van haar lichaam.

Eerder eiste justitie al twaalf jaar cel en tbs tegen de 18-jarige Goran M. uit Beuningen en zes jaar cel voor Goran P. uit Nijmegen, voor hun betrokkenheid bij dezelfde misdaad.

'Angstaanjagende misdaad'

Volgens officier van justitie M. de Weert is de moord op Maja een "weerzinwekkende en heel angstaanjagende misdaad". Zeker omdat het echte motief hiervoor niet duidelijk is geworden, stelde de aanklaagster. Goran M. en Ferdi spraken wekenlang met elkaar over het "afmaken" van Maja en verzonnen ook allerlei manieren om dat te doen. Zo wilden zij het meisje dronken voeren en van een toren gooien, een overdosis XTC-pillen in een drankje doen of haar van een brug afduwen.

Op 17 november haalden Goran M. en Ferdi Maja op om een stukje te rijden. Later stapte ook Goran P. in. Onderweg probeerde Goran M., geholpen door Ferdi, Maja met zijn handen te wurgen. Daarna gaf Goran P. volgens de andere jongens een stuk meegenomen touw aan. Daar trokken Ferdi en Goran M. samen aan.

Doodsstrijd

De doodsstrijd van Maja duurde al met al wel een halfuur, is later vastgesteld. Ferdi voelde volgens Goran M. of het meisje echt dood was. Daarna reed het drietal naar Bemmel en stak het lichaam daar in een weiland in brand met meegenomen benzine.

Zware straf

De Weert noemde een aantal redenen waarom ze wil dat de rechtbank in Arnhem Ferdi Ö. de zware straf oplegt. De verdachte heeft volgens haar een jong meisje van nog maar 16 jaar van het meest waardevolle bezit van een mens beroofd, haar leven. Haar ouders en andere nabestaanden zijn getekend voor het leven en Maja is op een gruwelijke manier om het leven gebracht, stelde de aanklaagster vast.

"Ook zijn op een weerzinwekkende manier de sporen van de moord uitgewist door de verdachten door het inmiddels dode lichaam van Maja te verbranden en daarna achter te laten op een stuk verlaten weiland", constateerde ze. "De ongeruste ouders van Maja hebben de verdachten zelfs nog ingeschakeld bij de zoektocht naar Maja. Zij hebben daar ook nog aan meegedaan. Dat maakt hun gedrag onwerkelijk en onvoorstelbaar."

Slachtofferrol

De aanklaagster vindt dat Ö. zichzelf ten onrechte een slachtofferrol heeft toebedeeld door te zeggen dat Goran M. hem met de dood heeft bedreigd als hij niet aan de moord van Maja zou meedoen. Goran M. en hij hebben immers over en weer initiatieven genomen om de moord op Maja voor te bereiden en uit te voeren. Ook is uit het psychologisch en psychiatrisch onderzoek volgens haar niet gebleken dat Ö. bang was voor Goran M.

Tip de redactie