WASHIGNTON - De kosten van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak rijzen de pan uit en dreigen onbeheersbaar te worden. Dat viel donderdag op te maken uit de getuigenis van de Amerikaanse onderminister van Defensie Paul Wolfowitz voor de Senaatscommissie voor de strijdkrachten.

De commissie voelde de bewindsman aan de tand over het verzoek van president Bush 25 miljard dollar extra te reserveren voor de militaire operaties in Irak. Het bedrag is bedoeld voor het zogenoemde reservefonds waaruit in noodgevallen onverwachte kosten worden betaald.

Het bedrag zou ten laste komen van de overheidsbegroting in het fiscale jaar 2005 dat op 1 oktober 2004 begint. Tot woede van verscheidene Senatoren blijft het volgens Wolfowitz echter niet bij dit ene verzoek. Nog een aanvullend verzoek om fondsen valt begin volgend jaar te verwachten en zal ,,zeker veel groter zijn dan 25 miljard dollar'', aldus Wolfowitz.

Blanco cheque

Het Pentagon-verzoek voor maximale vrijheid in het besteden van de extra gelden viel donderdag in slechte aarde. Verscheidene senatoren zien niet veel in het uitgeven van een ,,blanco cheque'' en maken zich ernstig zorgen over de stijging van de kosten van oorlog.

Het feit dat het Witte Huis tot voor kort volhield voorlopig geen extra geld nodig te zullen hebben voor de conflicten in Irak en Afghanistan maar nu toch om geld komt, zorgt ook niet voor veel vertrouwen bij de vertegenwoordigers.

160 miljard

De Verenigde Staten hebben tot nog toe ongeveer 160 miljard dollar uitgetrokken voor de oorlog tegen Irak. De langere stationering van een omvangrijke troepenmacht in Irak wegens het aanhoudende geweld zal veel extra kosten met zich meedragen en de zaak nog een stuk kostbaarder maken.

De verwachting is dat de Senaat niet erg zal tegenstribbelen en gewoon met het geld over de brug zal komen. Wel moet de regering Bush rekenen op een actievere bemoeienis van de Senaat, aldus The Washington Post.