Riagg mag niet naar cliënten in buitenland

DEN HAAG - Het is niet de bedoeling dat instellingen hun patiënten op vakantie nareizen om daar zorg te verlenen op kosten van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Dat heeft minister Hoogervorst (Volksgezondheid) aan de Tweede Kamer geschreven.

Hij wil een streep halen door het project van de Riagg in Rotterdam die patiënten nareist naar Marokko, maar ook door plannen van verzorgingshuizen die dependances in het buitenland willen opzetten. Hoogervorst vreest dat dit te duur wordt.

De minister reageert daarmee op vragen van de Tweede Kamer over hulpverlening van therapeuten van de Riagg in Rotterdam. Deze stuurde vorig jaar zomer twee medewerkers naar Marokko om patiënten tijdens hun vakanties te begeleiden. In totaal hielpen zij 145 personen, begeleidden ze vijftien crisisgevallen zonder dat dit tot opname leidde en gaven ze driehonderd keer telefonisch consult. Het project kostte 20.000 euro.

Hulpverleners

AWBZ-zorg in het buitenland door Nederlandse hulpverleners is momenteel wettelijk mogelijk. Hoogervorst vindt echter dat de Rotterdamse RIAGG zich op een hellend vlak begeeft. Als het Rotterdamse voorbeeld navolging krijgt, kan het bieden van AWBZ-zorg op vakantie tot hoge kosten leiden en bovendien de behandelcapaciteit in Nederland uithollen. De minister zoekt naar een mogelijkheid om het leveren van AWBZ-zorg in bepaalde gevallen te beperken tot Nederland.

J. Lame, directeur Riagg Rijnmond noordwest, stelt dat de argumenten van de minister niets te maken hebben met de kwaliteit van de zorg en vreest dat de klok wordt teruggezet naar 1950. "Mensen blijven tegenwoordig niet altijd op dezelfde plaats, ook autochtone Nederlanders zitten veel in het buitenland. Als ambulante instelling moeten wij daar op inspelen."

Het zogeheten Rif-project krijgt komende zomer een vervolg. "Het zorgkantoor heeft ons gevraagd ermee door te gaan. Bovendien was het een succes. Er is deze zomer niemand opgenomen, alleen dat is al een besparing."

Tip de redactie