UTRECHT - Het Openbaar Ministerie (OM) in Utrecht heeft door de toepassing van een ongebruikelijk middel de verjaring van een in gepleegde moord voorkomen. Dat deed justitie op 29 april door bij de rechter-commissaris een gerechtelijk vooronderzoek tegen de verdachte te vorderen, van wie niet de identiteit maar wel een uniek DNA-profiel bekend is. Dat maakte het OM maandag bekend.

De moord op de toen 11-jarige Arthur Ghurahoo zou dinsdag, achttien jaar na dato, verjaren. Door de vordering van het OM wordt de verjaring 'gestuit', wat volgens persofficier M. Somsen inhoudt dat de nog onbekende verdachte ook na de verjaringsdatum van 4 mei voor de rechter kan worden gebracht, als de identiteit ooit bekend mocht worden.

Akkoord

De rechter-commissaris moet nog bepalen of hij met de opzet van het OM akkoord gaat. Wanneer daarover een beslissing valt is volgens Somsen nog niet te zeggen. Wel staat vast dat de verjaring in ieder geval tot dat moment is gestopt.

Somsen noemt het ongebruikelijk dat het OM een vordering tegen een onbekende (NN) verdachte doet met als doel een verjaring te stuiten. "Het OM heeft hiervoor gekozen omdat de aard en de ernst van het feit, in combinatie met de maatschappelijke impact, het zoeken naar de grenzen van hetgeen juridisch mogelijk is, rechtvaardigen", aldus de persofficier.

Voorwaarde

Voorwaarde bij het stuiten van een verjaring is dat de verdachte daarvan in kennis wordt gesteld. Somsen: "In deze zaak is dat lastig omdat politie en OM tot op de dag van vandaag de identiteit van de verdachte niet kennen. Maar door de vordering formeel te betekenen op de griffie van de rechtbank en ook via de media bekend te maken meent het OM dat het de verdachte duidelijk moet zijn dat er een vervolging tegen hem loopt."