HAARLEM - De PvdA blijft erin geloven dat de politiek mensen uitzicht kan geven op een betere toekomst. "Gezamenlijke inspanning werkt. Dat heeft de sociaal-democratie in het verleden bewezen en daar staan we nog steeds voor. Armoede is te bestrijden. Uitsluiting en onderdrukking zijn niet onvermijdelijk. Vrede is geen toevalligheid. Veiligheid valt te organiseren."

Dat staat in het conceptbeginselprogramma dat PvdA-leider Bos zaterdag tijdens een 1 meibijeenkomst in Haarlem presenteerde. De tekst, geschreven door een commissie onder leiding van Bos en partijvoorzitter Koole, moet na discussie in de partij in december door het congres worden vastgesteld. Ze vervangt dan het huidige beginselprogramma uit 1977.

'Sterkste schouders, zwaarste lasten'

De PvdA blijft zich in het stuk profileren als de partij van 'eerlijk delen' en 'sterkste schouders, zwaarste lasten'. Zij verzet zich tegen 'het recht van de sterkste' en vindt dat iedereen gelijke kansen moet hebben. Daarnaast moeten burgers er op kunnen rekenen dat ze "bij tegenslag niet aan hun lot worden overgelaten".

Het manifest zet zich af tegen het (neo)liberalisme van partijen als de VVD en D66. "Naast het recht om vrij te zijn zetten wij voor iedereen de kans om iets van die vrijheid te maken. Wij pleiten dan ook voor herverdeling van kansen en middelen om gelijke uitgangsposities te scheppen en voor solidariteit om iedereen een fatsoenlijk bestaan te bieden".

Maar ook van het neoconservatisme (gedoeld wordt kennelijk op het CDA) neemt de tekst afstand: "Wij geven gemeenschapsvorming, maatschappelijke samenhang en publieke moraal betekenis zonder paternalisme of benepenheid".

Geen verrassingen

Het concept-program bevat geen verrassende politieke standpunten. Het spreekt zich uit voor zaken als 'duurzame mondialisering', meer internationale samenwerking, een Europese Unie die meer is dan alleen een vrije markt en goed onderwijs voor iedereen. Ondernemingsgewijze productie wordt gezien als motor voor werk en welvaart, maar controle en bescherming van de consument zijn nodig als tegenkracht.

Geringe omvang

Het manifest onderscheidt zich vooral van zijn bijna dertig jaar oude voorganger door de geringe omvang (slechts zes pagina's) en door de toon. Zwaarwichtige formuleringen ontbreken en er is geprobeerd toegankelijk te schrijven.

Dat de tijd niet is blijven stilstaan blijkt overigens wel uit de passage over publieke voorzieningen (zoals uitkeringen, gezondheidszorg en onderwijs). Als de uitvoering daarvan "via de markt beter kan, moet het aanbod via de markt lopen", al blijft de politiek uiteindelijk verantwoordelijk.

Integratie

Ook de paragraaf over integratie verraadt dat het stuk in 2004 is geschreven en niet in 1977: "Geen enkele maatschappij heeft een ongelimiteerd absorptievermogen. Daarom mogen aan migranten eisen worden gesteld bij hun toelating, met uitzondering van asielmigranten."