GRONINGEN - Problemen met hoogbegaafde leerlingen opNederlandse scholen worden vaak overdreven. Hoogbegaafde leerlingenkunnen wel problemen hebben, maar deze komen bij hen niet meer voordan bij andere groepen kinderen. Andere groepen leerlingen inNederland hebben het aanzienlijk moeilijker.

Dat concluderen onderzoekers van het Gronings Instituut vooronderzoek van Onderwijs, Opvoeding en Ontwikkeling (GION), eenonderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen. Deze organisatie deedop verzoek van het ministerie van Onderwijs onderzoek naar deproblemen van hoogbegaafde leerlingen op Nederlandse scholen.

Eenzaam

Volgens hoogleraar onderwijskunde R. Bosker is uit het onderzoekgebleken dat hoogbegaafden niet meer of minder problemen hebben danandere kinderen. "Het kan zijn dan hoogbegaafde leerlingen zichwel eens eenzaam voelen of ondergewaardeerd. Maar dat geldt ookvoor kinderen in andere groepen. En daar komt dat probleemaanzienlijk vaker voor", aldus de hoogleraar. Hij vindt dat degroep hoogbegaafden daarom geen bijzondere aandacht nodig heeft.

Het GION verrichtte het onderzoek, waarbij gegevens werdenbestudeerd van leerlingen in de eerste jaren van het voortgezetonderwijs, nadat organisaties van hoogbegaafden daar bij hetministerie op hadden aangedrongen.

Onterecht

Volgens Bosker is het onterechtdat hoogbegaafden dankzij een enorme lobby als probleemgroep wordenbeschouwd. "Dat er problemen kunnen zijn, zullen we beslist nietontkennen. Maar die zijn aanzienlijk geringer dan van leerlingen opzwarte scholen, in het vmbo, op het platteland of problemen bijintegratie van allochtone leerlingen", aldus Bosker.