AMSTERDAM - Overlevenden, hun kinderen, familieleden en belangstellenden hebben zondag in Amsterdam de slachtoffers herdacht van het vrouwenkamp Ravensbruck. Bij het monument op het Museumplein hield de Amsterdamse wethouder H. Maij een korte toespraak en werden gedichten voorgelezen door kinderen van de Nicolaas Maesschool, die het monument hebben geadopteerd.

Weg van je vrienden, wat een ramp. Daar zit je dan, in een nutteloos kamp'', las een van de scholieren voor. Maij zei dat mensen de verschrikkingen in het kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit mogen vergeten. "Wat blijft is het pijn en het verdriet. Maar wat moet blijven is de herinnering, de kracht van het 'nee' zeggen en de kracht van het verzet.''

De overlevenden en hun familieleden en vrienden legden bloemen neer bij het monument. Vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam, de Nederlandse regering en de Duitse ambassade legden een krans neer. Het was de 59e herdenking van de slachtoffers van het concentratiekamp.

Ravensbruck was een vrouwenkamp. 135.000 Vrouwen en kinderen verbleven er uit alle delen van Europa. Van hen vonden 92.000 de dood. Veel vrouwen werden gedwongen tot dwangarbeid in de fabrieken van Siemens, waarbij velen omkwamen door uitputting. Anderen werden vergast of geëxecuteerd. De Russen bevrijdden het kamp op 30 april .

Het monument op het Museumplein in Amsterdam staat er al bijna dertig jaar en wordt binnenkort gerenoveerd. Omdat ook veel toeristen het herdenkingsteken bezoeken, komt er van het bijschrift een Engelse vertaling.