DEN HAAG - Tijdens de NAVO-bombardementen op Joegoslavië, van maart tot juni 1999, zijn zeker 4400 Kosovo-Albanese burgers gedood door de Servische politie en het Joegoslavische leger. Het gaat hierbij om individueel met naam gedocumenteerde gevallen.

Dit verklaarde de statisticus Patrick Ball woensdag als getuige-deskundige tijdens het Milosevic-proces voor het Joegoslavië-Tribunaal. Het gaat hierbij om een absoluut minimumaantal. De Amerikaanse deskundige heeft alles gedaan om dubbeltellingen uit te sluiten. Zo is gekeken of iemand nog apart op een vermistenlijst staat die al uit een massagraf is opgegraven.

Ook is bij op elkaar lijkende namen van vermisten, die door verschillende personen bij diverse instanties zijn opgegeven, in geval van twijfel ervan uitgegaan dat het om dezelfde persoon gaat.

Daarnaast zijn er natuurlijk ongedocumenteerde doden, bijvoorbeeld als hele gezinnen zijn uitgemoord. Dat aantal is uiteraard niet met zekerheid vast te stellen. Op basis van schattingen en met behulp van statistische methodes komt Ball op een geschat totaal dodental van 9002 tot 12.122.

/DOSSIERMilosevic