DEN HAAG - In Nederland zijn 600.000 plaatsen waar de bodemmogelijk vervuild is. Dat blijkt uit een inventarisatie vanverdachte plekken die gemeenten en provincies de afgelopen tweejaar hebben uitgevoerd.

Eerder onderzoek leverde slechts 350.000 verdachte plekken op.Het ministerie van VROM verwacht volgens een woordvoerder dat op.000 plaatsen de bodemvervuiling geheel of gedeeltijk moet wordenaangepakt.

Compleet overzicht

De laatste inventarisatie van mogelijke bodemverontreinigingdateert van eind jaren negentig, maar was niet volledig. Hetonderzoek dat nu zo goed als klaar is, brengt voor de eerste keerde mogelijke bodemverontreiniging in heel Nederland in kaart. Hetis de bedoeling dat volgend jaar iedere gemeente haar inwoners eencompleet overzicht kan geven van vervuilde plekken.

Gemeentes en provincies hebben bekeken waar bedrijvigheid isgeweest die misschien de bodem heeft vervuild, zoals fabrieken,chemische wasserijen en garages. Nader onderzoek moet uitwijzenwelke van de 600.000 verdachte locaties ook echt verontreinigdzijn.

Van de 60.000 vervuilde plaatsen, die dit naar verwachtingoplevert, hoeft niet alles even grondig te worden schoongemaakt.Bodemverontreinigingen die een gevaar vormen voor de gezondheid vanomwonenden of die zich dreigen uit te breiden, komen snel aan debeurt.

Toekomstige bestemming

Bij minder vieze plekken hangt de aanpak af van de toekomstigebestemming. Als er een industrieterrein komt, kan deverontreiniging geïsoleerd worden door een omheining of eendeklaag. Komt er een speeltuin, dan zal afgraven ook hiernoodzakelijk zijn.

Vergeleken met eerdere inventarisaties is het aandeel van deRandstad afgenomen, omdat hier al veel opgeruimd is. Grotegifschandalen, zoals in Lekkerkerk in 1980, hangen Nederlandvolgens VROM niet meer boven het hoofd.

Bij 90 procent van de verdachte locaties is de vervuiling zogering dat verdere actie niet nodig is, schat VROM, of zal de gronduiteindelijk toch schoon blijken te zijn. De overige 10 procentmoet in 2030 gesaneerd zijn. Dit kost 20 miljard euro. De kostenkomen gedeeltelijk voor rekening van het Rijk. Voor de rest draaienprovincies en gemeentes op en mogelijk andere betrokkenen alsprojectontwikkelaars en bedrijven.