DEN HAAG - Het gaat over de incontinentieonderbroek van zijn vader in een verpleegtehuis, over het schoolkeuzeadvies van zijn meester om de latere professor naar de ambachtsschool te sturen en zijn ongenoegen over de politie die hem zijn gestolen creditcards niet heeft terugbezorgd. Zelf kondigde Pim Fortuyn zijn langverwachte boek aan als het equivalent voor het ontbrekende verkiezingsprogram van de lijst die alleen zijn naam draagt.

Het werd een op veel plaatsen nogal persoonlijk pamflet onder de politiek niet mis te verstane titel 'De puinhopen van acht jaar paars'. Dinsdag lag het 186 pagina's tellende werkje al in een aantal Haagse boekhandels, hoewel de officiële presentatie pas voor donderdag is voorzien. Het werd in de loop van de middag dan ook behoorlijk stil aan het Binnenhof waar journalisten, Kamerleden en fractieleden ijverig zaten te lezen.

Reacties van Fortuyns politieke tegenstrevers bleven dinsdag echter nog uit, al viel iedereen wel onmiddellijk het ontbreken van een financiële verantwoording op. Hier en daar rept de grote winnaar van de raadsverkiezingen weliswaar van zijn liefde voor de Zalmnorm, maar hoe hij die precies wil handhaven laat Fortuyn ook in zijn boek vooralsnog in het midden.

Zalmnorm

De Zalmnorm is in Fortuyns geschrift intussen wel het enige wat aan het paarse beleid heeft gedeugd. Voor het overige wemelt het boek van de negatieve kwalificaties over de coalitie die de afgelopen acht jaar aan het bewind is geweest. Het waren de jaren van "de regentencultuur" van "elitepartijen" die het land vanuit "een gesloten wereld met autistische trekjes" hebben bestuurd en vooral het onderwijs en de zorg in een "rampzalige toestand" hebben achtergelaten.

'Een brutale blaaskaak'

Ook voor de persoonlijke prestaties van de paarse politici legt hij weinig waardering aan de dag. D66-minister Borst van Volksgezondheid heeft vooral blijk gegeven "van bewezen en vergaande incompetentie", VVD-leider Dijkstal drukte zich voor "de publieke discussie" en liet zijn fractiewoordvoerders aan hun lot over, terwijl PvdA-voorman Melkert door Fortuyn als een "kleffe subsidiesocialist" wordt beschouwd. Ook burgemeester Opstelten ("Dikkerdak") van Rotterdam, die Fortuyn en zijn zestien kompanen de komende jaren elke twee weken in de gemeenteraad mag begroeten, komt er niet erg genadig vanaf. Hij wordt door Fortuyn "een brutale blaaskaak" genoemd.

Tussen al die persoonlijke ontboezemingen en aanvallen formuleert Fortuyn de grotendeels al bekende voorstellen die Nederland de komende jaren weer uit "het paarse poldermoeras" kunnen trekken. Als het klopt, dat Fortuyns achterban in meerderheid niet tot de welvarendste Nederlanders behoort, dan zullen zij van een aantal van die voorstellen nog schrikken.

WAO

Want behalve de al veelbesproken beperking van de WAO tot beroepsziekten en dus met uitsluiting van mensen die "gewoon pech" hebben dat zij kanker, aids of een andere dodelijke ziekte hebben gekregen, ziet Fortuyn ook veel heil in eigen bijdragen in de zorg en werkgevers die zieke werknemers kunnen verplichten het werk te hervatten.

Immigratie

Het talrijkst zijn zijn voorstellen de immmigratie naar Nederland rigoureus te beperken. Eigenlijk vindt Fortuyn dat alleen Fransen, Duitsers, Engelsen en Denen nog naar Nederland mogen vluchten, waarbij onduidelijk is waarom in nood geraakte Belgen niet langer welkom zijn. Scherpere grenscontroles en een aanpassing van het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties moeten er voor zorgen dat de rest van de wereld buiten blijft. Wie er desondanks toch in slaagt Nederland binnen te komen, wordt vastgezet tot zij het land weer verlaten.

Onorthodox zijn ook zijn voorstellen om vee onder te brengen in flatgebouwen, van twaalf zes provincies te maken onder leiding van een stadhouder, de Koninklijke Land- en Luchtmacht af te schaffen en tegelijkertijd weer de dienstplicht in te voeren. En tenslotte kunnen ook de leden van het kabinet hun borst alvast natmaken. In een regering onder Fortuyn zal slechts plaats zijn voor hooguit vijf andere ministers. De rest zal het met een staatssecretariaat moeten doen.