DEN HAAG - "Het was niet mijn bedoeling om hem dood te maken. Ik wilde hem in zijn schouder schieten". Dat zei Murat D. donderdag voor de jeugdstrafkamer van de rechtbank in Den Haag, toen de rechter hem ondervroeg over de toedracht van de schietpartij waarbij docent Hans van Wieren van het Terra College in Den Haag dodelijk werd getroffen.

De rechter hield de 17-jarige Murat een reeks verklaringen van getuigen en van de verdachte zelf voor. Daaruit bleek dat Murat het kleine zwarte pistool op de dag van de schietpartij van een kennis heeft afgepakt. Die was op verzoek van Murat per auto naar het Terra College gekomen. De verdachte heeft gezegd dat hij zich in de auto de werking van het pistool heeft laten uitleggen.

Murat, die dag onder invloed van alcohol en mogelijk ook andere drugs, stapte uit de auto en rende richting school. De kennis en enkele vrienden die in de buurt van de auto waren, konden hem niet inhalen. Murat stak het pistool in zijn rechterjaszak en rende de school binnen. Hij aarzelde nog even bij het rooklokaal, maar liep vervolgens rechtstreeks door naar Van Wieren, die met een collega in de aula stond te praten. Getuigen hebben verklaard dat Murat 'kankerzwerver' zei tegen Van Wieren, waarna hij zijn rechterarm strekte en schoot. "Ik wilde hem een lesje leren", zei de jongen.

Schotwond

Van Wieren liep een schotwond op aan de rechterkant van zijn hoofd, boven zijn oor. Diverse scholieren die het schot hoorden of zagen en de leraar die ooggetuige was, hebben verklaard dat Murat wild met het pistool zwaaide en dat hij dreigde ook de andere leraar neer te schieten. Murat kon zich weinig details meer herinneren, maar bevestigde de gang van zaken in grote lijnen.

Paniek

Na het schot ontstond er grote paniek. Murat maakte zich uit de voeten. Later op de dag had hij nog contact met een vriend, zijn moeder en zijn voogd. In de late avond meldde hij zich op het politiebureau, in de wetenschap dat een arrestatieteam hem op de hielen zat.

Murat had weinig ervaring met schieten. Hij zei pas een keer eerder een pistool te hebben gebruikt. Dat was in Turkije en hij schoot toen in de lucht. Hij zei dat hij al langer van plan was geweest een wapen te kopen, omdat hij bang was voor de "vijanden van mijn vader", zoals Murat het zelf verwoordde. Van een daadwerkelijke aankoop was het op 13 januari nog niet gekomen. De rechter hield de verdachte voor dat hij Van Wieren ook in zijn voet had kunnen schieten als hij boos op hem was. "Ik kon niet meer nadenken", zei Murat.

Murat

De rechter constateerde tijdens de zitting dat Murat eigenlijk nog steeds boos is. "Nee, ik ben altijd zo, ik wil praten", reageerde Murat, die eerder al had bevestigd dat hij veel moeite heeft met gezag en dat hij al geruime tijd grote problemen had, onder meer met de school. Murat dreigde geschorst te worden. Van Wieren wilde eerst nog de moeder van de jongen spreken. Daar kwam het niet meer van.

De rechter, C. Dettmeijer-Vermeulen, hield Murat voor dat hij vaak stoned of dronken was op school, zonder dat zijn moeder ervan wist. De rechter confronteerde Murat voorts met een reeks incidenten waarbij hij betrokken was geweest voordat de fatale schietpartij zich voordeed.