UTRECHT - In Nederland dreigt een groep achterhoedescholen te ontstaan waar problemen als geweld, veel schoolverzuim, leerachterstanden en een tekort aan goede leraren samenkomen. Vaak gaat het om vmbo-scholen in de vier grote steden. Het vmbo scoort het hoogst als het gaat om diefstal, vernieling en fysiek geweld.

Dat staat in het Onderwijsverslag 2002/2003, dat de Inspectie voor het Onderwijs woensdag heeft gepubliceerd. Op een van de tien scholen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) komen elke week incidenten tussen leerlingen voor. Dit gaat van vernieling tot ernstig fysiek geweld.

Zinkend schip

Voor inspecteur-generaal C. Kervezee is dit geen reden om somber te zijn over het vmbo. "10 procent is maar een klein gaatje. Het slaat echt nergens op om te spreken over een zinkend schip, maar we moeten wel hozen." Ze wees er nog op dat het vmbo wel de onderwijssector is waar de meeste ruimte is voor vernieuwing.

Basisonderwijs

In het basisonderwijs gaat het om 2 procent van de scholen waar leerlingen wekelijks met elkaar botsen, op havo en vwo is dit 1 procent. Ook tussen ouders en personeelsleden kan het behoorlijk misgaan. Op bijna de helft van de basisscholen in de vier grote steden komen scheldpartijen en discriminerende opmerkingen voor.

Inspectie

Net als vorig jaar beoordeelt de inspectie 4 procent van basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs als zeer zwak. Ongeveer 15 procent van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs loopt het risico in deze groep te belanden. Juist deze achterhoedescholen zien veel leerkrachten vertrekken, waardoor hier de meeste onbevoegde docenten voor de klas staan.

Vaak slagen scholen er niet in om de lastigste leerlingen van school te krijgen, constateert de inspectie. Hierdoor kan de crisis hoog oplopen. Omdat scholen niets meer met deze leerlingen kunnen beginnen, zou de jeugdzorg eraan te pas moeten komen. Samen met een aantal andere inspecties, waaronder die op de jeugdzorg, is de onderwijsinspectie begonnen met een project waarin voorzieningen voor jongeren in samenhang met elkaar in de gaten worden gehouden.

Verzuim

Ook kennen scholen een hoog verzuim. De inspectie noemt uitval, leerlingen die zonder diploma van school gaan, een van de grote problemen van het Nederlandse onderwijs. Met 15,5 procent van de jongeren tussen de 18 en 24 jaar (70.000) ligt dit onder het Europees gemiddelde, maar het ministerie van Onderwijs wil dit in hebben teruggedrongen tot 8 procent.

Vorig jaar waarschuwde de inspectie in het Onderwijsverslag nog voor het groeiend aantal vacatures. Afgelopen jaar werd deze trend gekeerd, met 21 procent minder openstaande banen in het basisonderwijs en 27 procent in het voortgezet onderwijs. Maar door de vergrijzing is het lerarentekort nog lang niet achter de rug, waarschuwt de inspectie.