IZMIR - De staatsveiligheidsrechtbank in Izmir (Turkije) geeft dinsdag waarschijnlijk meer duidelijkheid over het lot van twee Nederlandse vrouwen. Zij staan terecht voor de voorgenomen smokkel van 24 kilo heroïne uit Turkije. De rechters gaven op 20 februari tijdens de vorige zitting van hun proces aan, dat de uitspraak wellicht dinsdag volgt.

De twee vrouwen, Anna Maria S. en haar nicht Linda F. , hebben altijd ontkend dat ze iets te maken hebben gehad met het in de kiem gesmoorde drugstransport. Desondanks zitten ze al sinds 10 juni vorig jaar vast in een Turkse cel. De Turkse politie hield destijds in totaal zeven Nederlandse toeristen aan voor betrokkenheid bij het drugstransport. Dat gebeurde in de Zuid-Turkse stad Antalya.

Gebrek aan bewijs

Tijdens de inval in het hotel waar S. en F. verbleven, vond de politie de drugs in koffers op hun kamer. Inmiddels zijn drie Nederlanders wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten. De twee andere verdachten in deze zaak, zijn twee mannen. Zij hebben hun aandeel in de smokkel inmiddels bekend. Ze bezitten zowel de Nederlandse als de Turkse nationaliteit.

Eind september leek er een kans voor S. en F. om voortijdig vrij te komen. Toen verklaarden de mannelijke verdachten namelijk dat de vrouwen niets van de smokkel wisten. De mannen vertelden dat zij verantwoordelijk waren voor de koffers met drugs.

Schorsing

Toch zitten de vrouwen nog steeds vast. Eerdere pleidooien van de advocaat van de vrouwen om zijn cliënten vrij te laten wegens gebrek aan bewijs, mochten niet baten. De rechters schortten het proces steeds op vanwege formele gronden, zoals het wachten op documenten die nog niet beschikbaar waren.

De Turkse autoriteiten beschouwen de 47-jarige Y.C. (Cagdas) uit Schiedam als hoofdverdachte. Zijn bende heeft al eerder vrouwen als drugskoerierster ingeschakeld, vermoedt het Turkse Openbaar Ministerie.