CRAWFORD - De Amerikaanse federale recherche FBI heeft midden 2001 vermoed dat het terreurnetwerk al-Qaeda voorbereidingen trof voor kapingen en andere aanvallen in de Verenigde Staten. Dat blijkt uit een memo van 6 augustus 2001 aan de Amerikaanse president Bush, dus ruim een maand voor de aanslagen van 11 september met gekaapte vliegtuigen.

Vergaarde informatie duidde op 'patronen van verdachte activiteiten in dit land', aldus de FBI. De dienst constateerde onder meer dat overheidsgebouwen in New York recentelijk in de gaten waren gehouden. Uit het memo blijkt niet dat FBI concrete plannen op het spoor was.

De Amerikaanse president Bush liet zondag weten dat 'hij nooit enige informatie heeft gekregen waaruit bleek dat er een aanval op Amerika zou komen'. Volgens hem werd er in het bewuste memo van 6 augustus 2001 geen tijd of plaats aangegeven waar een aanslag zou plaatsvinden. In het memo werd wel gezegd dat 'Osama plannen had met Amerika'. "Nou, dat wist ik al", aldus Bush.

Commissie

Het Witte Huis gaf het geheime memorandum zaterdag vrij op aandringen van de nationale commissie die de aanslagen onderzoekt. De commissie wil het bericht inzien om na te gaan of de regering-Bush de terreur had kunnen voorkomen.

De namen van de veiligheidsdiensten waarop informatie is gebaseerd, zijn in het vrijgegeven memo weggehaald. Het verslag draagt de titel: Bin Laden vastberaden om in de VS toe te slaan. Washington gaat er vanuit dat Bin Laden en zijn terreurnetwerk al-Qaeda achter de aanslagen zaten.

In het memo stelde de FBI dat leden van al-Qaeda, onder wie Amerikaanse burgers, al jaren in de Verenigde Staten leven of naar het land zijn gereisd. De groep onderhield klaarblijkelijk een 'ondersteuningsstructuur' die zou kunnen helpen bij aanslagen, aldus de federale recherche.