RIJSWIJK - De in opspraak geraakte voormalige topman uit de bouwwereld, M. Platschorre, echtgenoot van minister Peijs van Verkeer en Waterstaat, was op de hoogte van de geheime afspraken in de branche. Hij verklaart in een zaterdag gepubliceerd vraaggesprek met Het Financieele Dagblad dat de sector doorging met het vooroverleg, verboden door de Europese Unie, en het maken van prijsafspraken.

"De Europese mededingingsregels leefden niet in de bouwwereld. Men dacht dat het oude systeem wel weer in ere zou worden hersteld. Ik had als topman maatregelen moeten nemen. Dat heb ik niet gedaan."

Hij zegt te begrijpen dat bestuurders in de bouwwereld zwijgen over wat ze wel of niet wisten. "Achteraf gezien hadden ze beter meteen openheid van zaken kunnen geven." De branche heeft volgens hem niet doorgehad wat er in de maatschappij leefde. "Het was fout wat er gebeurde, maar het ging vooral om omzetverdeling. De winsten van de bouwbedrijven kwamen met moeite aan 2 procent op de omzet", aldus Platschorre in Het Financieele Dagblad. Volgens Platschorre zijn de praktijken niet gericht geweest op enige vorm van zelfverrijking.

Over GroenLinks-Kamerlid Vos, voorzitter van de parlementaire commissie die de bouwfraude onderzocht, zegt hij: "Het valt me moeilijk haar te betrappen op nadenken voordat ze wat zegt."

In het interview ontkent de gepensioneerde topman nogmaals de aantijgingen dat hij als cementondernemer direct bij fraude betrokken was geweest. "De beschuldigingen in De Volkskrant hierover zijn volkomen onterecht." Eerder noemde hij ze al "totaal onzinnig", "grievend" en "een vorm van smaad".

Volgens Platschorre had hij die functie echter ver voordat de Europese regels golden. In de jaren negentig was hij onder meer topman van bouw- en installatiebedrijf TBI, dat, net als andere bouwondernemingen, met schaduwboekhoudingen werkte. Volgens Platschorre was hij toen niet betrokken bij het aannemen van werken.